Afdelingen

Column Saskia van Loenen

Mensenrechten


Van het woord mensenrechten word ik bepaald niet vrolijk. Dat komt door de associaties die ik bij dat woord heb. Ik werk bij VluchtelingenWerk en dan ben je, helaas denk ik soms wel eens, nogal goed op de hoogte waar het in de wereld zoal aan schort als het gaat om mensenrechten.

Het aantal landen waar mensenrechten op grote schaal worden geschonden is helaas nog altijd een veelvoud van de landen waar je over het algemeen veilig jezelf kunt zijn en blijven. De positie van met name vrouwen en homoseksuelen is in het overgrote deel van de wereld nog altijd om te huilen. Iran is zo’n land. In Iran word je de cel ingegooid en gemarteld als je als vrouw te veel van je haar laat zien. Dankzij de sharia word je er als vrouw tot je middel ingegraven en gestenigd, als je overspel hebt gepleegd. In Iran zijn laatst twee prachtige jonge jongens opgehangen, enkel en alleen omdat ze homo waren. In Iran is onlangs nog een jong meisje ter dood veroordeeld, omdat ze haar verkrachter in een poging het vege lijf te redden, doodsloeg. Het woord zelfverdediging komt niet in de Iraanse wetboeken voor. Of neem Afghanistan. Het is bijna niet voor te stellen, maar daar is alles zelfs nog honderd keer erger. Sinds de Taliban er is verdreven zijn vrouwen op papier weer veilig en vrij, maar in de praktijk is daar nog niets van terecht gekomen. Waarom denkt u dat de meeste vrouwen er voor kiezen er nog altijd als een wanstaltig blauw spook bij te lopen? Niet omdat ze dat zelf zo mooi vinden – nee, omdat de HEREN van het land er nog steeds niet tegen kunnen dat een vrouw zich als persóón op straat zou kunnen begeven. Een vrouw is in Afghanistan nog steeds een ding. Een ding dat zich moet schamen, dat zich dient te onderwerpen aan de man, dat vermoord mag worden als het niet blind gehoorzaamt. Als in Nederland een hond zo behandeld zou worden als daar een vrouw, zou heel het land moord en brand schreeuwen. Maar niet alleen in het Midden Oosten is het huilen troef als het gaat om mensenrechten. In bijvoorbeeld Afrika kunnen ze er ook wat van. Ik sprak mannen uit Burundi, uit Congo, die mij hun littekens lieten zien van martelingen in de gevangenis – weerzinwekkende inkepingen in de huid, enorme striemen dwars over de rug. Geloof me, als je dat ziet hap je naar adem.

God, wat mag ik mijzelf gelukkig prijzen dat ik toevallig in een vrij en democratisch land als Nederland ben geboren, in een van de veiligste landen ter wereld zelfs. Kijk om je heen en tel je zegeningen, zeg ik vaak tegen mezelf. Toch ga ik niet zo ver te beweren dat Nederland enkel schone handen heeft. Integendeel. Ook nu heeft het weer met mijn werk voor VluchtelingenWerk te maken dat ik daar meer zicht op heb dan de gemiddelde Nederlander. Alle verworvenheden van dit steenrijke land; de rechtsstaat; een ondanks alle versobering nog altijd goed sociaal vangnet; psychische hulpverlening; humane omgang met burgers; ruime mogelijkheden tot zelfontplooiïng, gelijke rechten en kansen voor iedereen; - gelden namelijk wel voor u en mij, maar niet voor een groep mensen waar u in het dagelijks leven misschien wel nooit mee in aanraking komt. Ik heb het over asielzoekers. Zij zijn in dit land degenen die te maken krijgen met een snoeihard beleid, met onheuse maatregelen, met onmenselijke behandelingen, ja, ik zou hier toch bijna het woord schending van mensenrechten in de mond willen nemen.

Asielzoekers worden in dit land niet beschouwd als mensen, dáár zit hem het probleem. Let maar eens op als je erover hoort of leest: het woord mensen wordt simpelweg niet gebruikt. Asielzoekers zijn nummers, getallen, een verzamelwoord voor ongewenst afval waar ons land zo adequaat mogelijk van af wil. Dat asielzoekers meestal hoogopgeleide mensen zijn die hun land zijn ontvlucht, landen waar mensenrechtenschendingen schering en inslag zijn, dat vergeten mensen vaak, en dat komt door de manier waarop over deze groep wordt gesproken. Zelfs mensen uit mijn eigen omgeving heb ik uit moeten leggen wat asielzoekers nu precies zijn. Nee, NIET de groep criminele Marokkaantjes uit de Diamantbuurt, nee, niet de Antilliaanse jongeren, nee, dat ZIJN geen asielzoekers. Asielzoekers komen uit die enge landen als Iran, Afghanistan en Congo. Asielzoekers kloppen wanhopig aan de poort van landen waar ze een veilige haven hopen te vinden. Maar asielzoekers komen hier van een koude kermis thuis. In Nederland worden zij namelijk niet als mensen beschouwd, en dus mag er met hen gesold worden op een manier die mij eveneens regelmatig naar adem doet happen.
Neem die overlevende van de brand op Schiphol-Oost, waar 11 gedetineerden om het leven kwamen - en even voor de duidelijkheid: dit waren géén criminelen, maar uitgeprocedeerde asielzoekers. In Nederland word je namelijk in een gevangenis opgesloten als je niet mag blijven, ook al heb je niets gedaan. De man wilde het brandende cellencomplex in om te helpen bij het redden van mensen, maar werd met een geweer teruggeduwd en buiten vastgebonden. Deze man, die het gegil en daarna de stilte heeft gehoord van zijn celgenoten die in de vlammen omkwamen, is sinds die gruwelijke avond psychisch zwaar getraumatiseerd. U denkt dat deze man de hulp kreeg die je in een land als Nederland zou mogen verwachten? Doe niet zo naïef. Het is geen mens, maar een asielzoeker. De man werd opgesloten in een andere gevangenis, waar hij temidden van echte criminelen zat, en zag de eerste dagen nog geen dokter in zijn cel. Wel kreeg hij bericht dat zijn uitzetting binnenkort gewoon doorgang zal vinden, trauma of niet. Oh ja, de overlevenden van de brand mochten trouwens ook niet naar de rouwdienst voor hun omgekomen celgenoten; dat vond Justitie logistiek te veel gedoe.
Of die bejaarde dame van 86 jaar, zeven jaar geleden met haar zoon gevlucht uit Iran. Haar zoon kreeg een verblijfsvergunning, maar zijn oude moeder niet. Zij moet terug naar Iran, waar de hoogbejaarde vrouw geen familie meer heeft. Haar enige zoon is immers in Nederland. U denkt dat Nederland in zo’n geval over zijn hart strijkt? Doe niet zo naïef. Het zijn tenslotte geen mensen, maar asielzoekers.
Of die vrouw uit Afghanistan, die in razend tempo onze taal leerde spreken, er uitziet als een vlotte en prachtige westerse vrouw en een eigen kapperszaakje begon. Ze raakte onlangs toch uitgeprocedeerd. Onze soldaten durven er niet naartoe, maar zij dient zo snel mogelijk te worden uitgezet naar dit volgens minister Verdonk ‘veilige land’. Vergeet uw burqa niet, mevrouw. Ach ja, het is ook geen mens natuurlijk, maar een asielzoeker.
Of dat jongetje Ozan uit Koerdistan, 10 jaar oud, in Nederland geboren, in een asielzoekerscentrum in Zuid-Limburg. Spreekt met een dusdanig fraaie zachte g dat zelfs Geert Wilders jaloers op hem zou zijn. Hij woont met zijn ouders al jaren in een kamertje van vier bij vier meter, en ze slapen in één bed. Ze moeten ons land verlaten, ondanks dat Ozan Nederlands is en geen woord Koerdisch spreekt. U dacht dat Nederland deze mensen, die het woord integreren zo ongeveer hebben uitgevonden, eindelijk, na al die jaren, uit dat onleefbare hok van 4 bij 4 haalt en ze de kans geeft hier een nieuw leven op te bouwen? Doe niet zo naïef. Het zijn geen mensen, het zijn asielzoekers.

En wat doen de Nederlanders? Ze houden zich liever dom, of onwetend. Draaien hun hoofd de andere kant op en zappen liever naar een vrolijker onderwerp. Waar in dit land tienduizenden mensen de straat op gaan voor meer loon of een lagere pensioenleeftijd, blijft het angstvallig leeg op het Museumplein wanneer medemensen in dit land worden behandeld als uitschot. Misschien is het naïef, dat ik me daarover verbaas.
Naïef inderdaad, want ik moet beseffen dat we het niet over mensen hebben, maar over asielzoekers. Dus inderdaad, van MENSENrechtenschendingen is in Nederland absoluut geen sprake.

Saskia van Loenen

(Uitgesproken tijdens het Humanistencafe van 30 januari 2006)