vanuit humanistische uitgangspunten leerlingen op een kritische en creatieve manier leren omgaan met vragen die betrekking hebben op normen en waarden, ze stimuleren tot zelfstandig oordelen en handelen waardoor ze in toenemende mate in staat zullen zijn om zin en vorm te geven aan hun eigen leven en dat van anderen.
In de hvo-les wordt onderzocht hoe het 'goede leven' vorm gegeven kan worden. Met andere woorden: 'Wat houdt een goed menselijk leven in?'
Dat is een vraag die voor de Grieken reeds actueel was. In de zestiende eeuw heeft de filosoof Montaigne zich diepgaand met deze vraag bezig gehouden in het gewone alledaagse leven van zijn tijd.
De Spaanse filosoof Fernando Savater en de Amerikaanse filosoof Martha Nussbaum hebben het begrip 'het goede leven' opnieuw inhoud gegeven voor de hedendaagse opvoeding en filosofie. Nussbaum is van mening dat de vraag naar het goede leven voor mensen aan het einde van de twintigste eeuw nog even actueel is als voor de Grieken, al stellen we die vraag nu vaak impliciet. Weten wat het 'goede leven' voor je kan betekenen, is voor leerlingen een goede zaak. Alleen daarmee komen ze er niet.
Het leven vormgeven gebeurt met hoofd, hart en handen. De houding, kennis en vaardigheden die nodig zijn om de doelstelling te bereiken, vormen de inhoud van het onderwijsleer- en vormingsproces van HVO.
De centrale doelstelling van het HVO is uitgewerkt in drie vormingsgebieden, elk met een eigen subdoelstelling:
Leerlingen leren om verschillende opvattingen, vanuit humanistische uitgangspunten te begrijpen en te betrekken bij het samen zoeken naar eigen en gezamenlijke antwoorden op morele en bestaansvragen.
Leerlingen leren kennis te nemen van het denken, doen, voelen en willen van anderen, vaardigheden om die kennis uit te wisselen en een houding te stimuleren waaruit de bereidheid blijkt aan elkaar redenen te geven en te vragen voor hun morele keuzes.
Leerlingen leren hun voelen, denken en doen te herkennen en op elkaar af te stemmen, waardoor de bouwstenen van de identiteit (zelfbeeld, zelfvertrouwen en motivatie) positief gestimuleerd worden, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot persoonlijkheden in evenwicht en harmonie met anderen en zichzelf.