Afdelingen

Overwegingen van Freek Boon

Een soort lof der zotheid - een overweging.

Ik moet af en toe nog wel eens met een glimlach denken aan een grappige ervaring van ruim twintig jaar geleden, toen ik stage liep in verband met mijn opleiding tot humanistisch geestelijk verzorger. Die herinnering komt niet zozeer naar boven nu het bijna 1 april is, maar vooral door het thema van de Boekenweek 2007. U denkt dan misschien dat mijn herinnering te maken heeft met De lof der zotheid. Die gedachte is niet vreemd, want dat thema is letterlijk de titel van het beroemdste boek van Erasmus van Rotterdam, de bekendste humanist aller- tijden, maar dat is niet zo.
Het heeft ermee te maken dat humanistisch raadslieden, werkzaam in instellingen, zich regelmatig moeten voorstellen aan nieuwe patiënten. Al in mijn stagetijd heb ik daarmee allerlei ervaringen opgedaan en tot op de dag van vandaag geleerd vraag ik altijd òf ik me even mag voorstellen.
Dat lijkt misschien te bescheiden, maar zo maak ik duidelijk me niet als geestelijk verzorger – en ook niet mijn levensvisie - kom opdringen. Mijn beroep is immers bedoeld om te luisteren naar mensen en hun levensvragen.
Pas nadat de mensen akkoord zijn, zeg ik mijn naam en vertel ik dat ik humanistisch geestelijk verzorger ben. Over het woordje humanistisch stellen mensen vaak een vraag. Het doet ze denken aan de organisatie Humanitas en soms aan het Humanistisch Verbond. Ook informeren sommigen ernaar wat humanisme eigenlijk inhoudt en daarover vertel ik dan iets.
Maar dan nu die ene reactie uit mijn stagetijd. Ik zei: ik ben geestelijk verzorger, humanist. Toen zei die ander, die dat woord niet kende: ‘Wat zegt u? Humorist?’
Eventjes was ik stil van verbazing. Plots kreeg ik een glimlach en zei:‘ik hoop dat ik dat óók ben.’

Tekst: Freek Boon (humanistisch geestelijk verzorger in de psychiatrie en ouderenzorg)

(Gepubliceerd is de Delftse Post van vrijdag 16 maart 2007)