Afdelingen

De literaire kring 2

De leeskring van afdeling Deventer besprak op 6 februari het boek De literaire kring’ van Marjolijn Februari. Als motto citeert zij Thomas Carlyle, die pleit voor een bescheiden rol van de mens ten opzichte van de wereld.

De roman speelt in een laatfeodaal dorp, waar de barones patates frites aan huis laat bezorgen door het plaatselijke maar chique restaurant. De bevolking wisselt van vaste bewoners in de winter naar campinggasten in de zomer, waardoor de stemming in het dorp ook wisselt, van deftig vormelijk naar luchtig, plezierig informeel. Kinderen wisselen door scheidingen, dus verblijf bij vaders en moeders apart.

John Vos, internationaal zakenman, is door zijn schoonvader Randolph Pellikaan overgehaald om lid te worden van de literaire kring in het dorp. Hij en zijn vrouw Teresa Pellikaan wonen in ruime villa aan de bosrand.

Randolph Pellikaan, getrouwd met Iris, is een scherpzinnig, behoedzaam, gecultiveerd, blijmoedig, nietsontziend, sentimenteel en gevaarlijk mens; professor aan de juridische faculteit, oprichter van literaire kring, columnist.

Lucius, de enige vriend van echtpaar Pellikaan, is advocaat en vrijgezel. Lid van de kring. Houdt van een cognacje en krijgt sympathie voor de schrijfster bij het lezen van het boek.

Die schrijfster is Ruth Ackermann, voormalig dorpsgenote en nu internationaal bekend door haar boek ‘De zomer van de linnen schoenen’. Ze was een briljante schoolleerling. Toen zij 16 was belde haar moeder, geestelijk labiel, haar op dat ze op het spoor stond om zich voor de trein te werpen. Enkele jaren later wordt Ruth opgenomen in een psychiatrische inrichting, wat ook het thema is van haar beroemde boek.

Haar vader is Eric de Winter, directeur van Bloem bv. Het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de dood van tachtig Haïtiaanse kinderen (waar gebeurd): het exporteerde glycerine die het had verdund met 47 procent antivries, zeer giftig.

De avond ter voorbereiding van de lezing van Ruth Ackermann vermijden de leden van de kring, over de inhoud van het boek te spreken. Lucius begrijpt de stilte rond het boek en de voormalige vriend van Randolph Pellikaan Eric de Winter niet.

Teresa krijgt van ´vriend´ Vincent een door hem aangelegd dossier over de glycerinekwestie. Zij vraagt haar moeder naar de vroegere Ruth A. en hoort dan voor het eerst dat Eric de Winter in de kring zat en dat iedereen, tot het ministerie aan toe, de slachtoffers van het glycerineschandaal genegeerd en tenslotte afgescheept hadden met een fooitje.

Tegen dat de beroemde Ruth haar lezing begint, is het de lezer van het boek duidelijk geworden welk geheim in de literaire kring bestaat. En daarmee sluit Februari het af.

De hoofdpersonen van het boek behoren alle tot de

intelligentsia van het dorp. Zij zijn betrokkenen in het glycerineschandaal op Haïti, doordat Eric de Winter hen heeft geraadpleegd over zijn later zo noodlottige handelingen. Ze laten hem, zodra er negatieve publiciteit komt, vallen als een hete aardappel. Eric verliest alles wat hem dierbaar is: vrouw, kinderen, baan, zijn sociale leven. Hij kwijnt weg in Scheveningen.

Toch worden de anderen ook gestraft: ´de misdaad is de straf.´

Het motto. De wereld vergaat niet als één mens vergaat. Evenzo wordt de wereld niet gered als één mens gered wordt. ´Werelden vergaan´ heeft slechts één betekenis: mensen die hun bestaan verliezen. Bescheidenheid ten opzichte van wereldproblemen is op zijn plaats. Kreten als “We are the world”, “Als je een mens redt, red je een heel volk”, en ideeën als “wij zullen daar de beschaving brengen”of “onze democratie is de oplossing voor alle andere volken” wijzen op een overspannen verwachting van de mogelijkheden van mensen. Thomas Carlyle en Marjolijn Februari geven aan, dat wijs omgaan met je eigen werkelijkheid al een hele verdienste is. Dat is de leden van de Literaire kring dus niet gelukt. Niet wat betreft het glycerineprobleem van Eric de Winter, niet tegenover de familie De Winter en niet ten opzichte van de glycerine-slachtoffers. Dat is dus een “unglorious” moment dat ze als straf hun leven lang met zich moeten meedragen. “De misdaad is de straf”.

Herman Denekamp