Afdelingen


Home | Activiteiten | Diensten | Publicaties | HV Groningen | Agenda | Archief

Harry Kunneman: de handen moeten uit de mouwen

In een helder betoog gaf prof. dr. Harry Kunneman op dinsdag 3 oktober in het Humanistisch Centrum in Groningen een boeiende en kritische kijk op het humanisme zoals dit zich in het Humanistisch Verbond manifesteert. En hij opende de luiken naar de buitenwereld; daarin zal het humanisme zich vooral door ‘goede werken’ moeten manifesteren.

Zelfkritiek

Met een kritische blik kijkt Kunneman naar hedendaagse humanisten en verwijt ze dat zij te weinig zelfkritiek hebben en met hun ideeën blijven hangen in de 18e en 19e eeuw. Hij verduidelijkte dit aan de hand van drie kenmerken van humanisme en humanisten:

a. Rationalisten als Cliteur vertrouwen te eenzijdig op rationele vermogens. Zij veronachtzamen de traditie en betekenis van voorbeeldige, inspirerende cultuur in de vorm van o.m. literatuur en filosofische inzichten, zoals vertolkt door bijvoorbeeld Montaigne en Voltaire. (Weliswaar uit de 16e en 18e eeuw! - HvD) En met het leggen van een grote nadruk op individuele vrijheid gaan zij voorbij aan economisch verankerde onrechtvaardigheid en uitsluiting; de sociaaldemocratische traditie van het humanisme in Nederland met nadruk op sociale rechtvaardigheid raakt bij hen op de achtergrond.
b. Actief anti-religieus hoef je niet meer te zijn. De strijd tégen dominantie van kerken en vóór gelijkberechtiging van ongelovigen is gestreden. Je moet alert blijven op fundamentalisme en religieus gemotiveerde intolerantie, maar dan heb je het over slechts 1 procent van de bevolking. De overigen die religieus gebonden zijn (28%) hanteren dezelfde waarden als humanisten (26%) en ongebonden spirituelen (26%). (Cijfers ontleend aan recent onderzoek van het Centraal Cultureel Planbureau). Deze geven allen hun levensovertuiging inhoud op individuele en pluralistische basis.
De 20 procent hedonische (= genot zoekende) nihilisten hebben een grotere maatschappelijke invloed en zijn een veel grotere bron van zorg dan fundamentalisten.

c. ‘Feel-good’ humanisten geloven in ‘het goede in de mens’. Dit blijft echter abstract en onverplichtend vanuit de eigen bevoorrechte positie. Het is naïef ten opzichte van maatschappelijke machts- en uitsluitingsverhoudingen en daarmee verbonden grote verschillen in hulpbronnen voor persoonlijke ontplooiing (leefomstandigheden, onderwijs e.d.).

Richtingwijzers voor kritisch humanisme

Een kritische houding is vereist ten opzichte van ongebreideld consumentisme en naïef geloof in economische groei en technologische vooruitgang. Het is van belang te werken aan diepere vormen van persoonlijke zingeving via ruimte voor ‘trage vragen’ en intenser genieten.

Religies zijn eerder bondgenoten dan concurrenten in de zoektocht naar bronnen van zingeving. We moeten verbindingen en bondgenootschappen zoeken met ondogmatische gelovigen en ongebonden spirituelen. Daarbij zou het niet zozeer moeten gaan om het zoeken naar overeenkomsten, zoals gebruikelijk in veel gespreksgroepen, maar naar verdieping en verrijking door ‘leerzame wrijving’ tussen uiteenlopende tradities en bronnen van inspiratie en oriëntatie.

De grote strijd speelt zich nu niet alleen af op het niveau van de openbare meningsvorming, maar ook binnen organisaties op het terrein van wetenschap, technologie en professionele praktijken. Door de complexiteit daarvan is de nadruk komen te liggen op beheersmaatregelen en management, gericht op vooruitgang en controle. Dat eenzijdige managementperspectief roept tegenkrachten op. Velen willen naar normatieve professionalisering en morele leerprocessen en zijn op zoek naar bronnen van zingeving ‘voorbij het dikke-ik’: samen werken aan een zaak die deugt en deugd doet.

De toekomst van de humanistische beweging

Toen hij dit onderwerp aansneed gooide Kunneman een stevige knuppel in het hoenderhok(je) dat het Humanistisch Centrum is: ‘Het werven van leden door het Humanistisch Verbond heeft weinig toekomst, de meeste humanisten zijn ongebonden. Het belang van het humanisme moet zich vooral op praktisch niveau tonen; levensbeschouwelijk humanisme is niet genoeg.’
De Humanistische Alliantie (opgericht in 2000) verbindt kennisorganisaties, praktijkgerichte organisaties en het HV als levensbeschouwelijke organisatie. Samen bestrijken ze een breed spectrum dat niet alleen overtuigingen, maar ook diensten aanbiedt op basis van normatieve professionaliteit. Het is de bedoeling dat het lidmaatschap van de deelnemers uitgroeit tot een netwerk van samenwerking. Van daaruit kan de humanistische beweging zich ook actief opstellen in het maatschappelijk debat als publiek platform voor humanisme. En vanuit de Alliantie is een bredere en intensievere samenwerking mogelijk met nadere organisaties en initiatieven. ‘De Alliantie komt nog langzaam op gang,’ zei Kunneman, die er ook voorzitter van is.

Conclusie

Kunneman sloot zijn betoog af met enkele prikkelende opmerkingen.
Binnen de humanistische beweging is een toekomst gericht elan nodig. Er bestaat een grote maatschappelijke behoefte aan morele leerprocessen en aan diepere vormen van persoonlijke zingeving; er is een zoektocht gaande. ‘Dus, humanisten, haal de hoofden onder de theemuts vandaan en steek de handen uit de mouwen: er is een wereld te winnen,’ waren de slotwoorden van Kunneman voor de pauze. Daarna volgde nog een korte discussie tussen luisteraars en spreker waarin enkele begrippen (bijv. het communiceren tussen verschillende levensbeschouwelijke groeperingen) nader verduidelijkt werden.

Terugblik

De eentenwintig toehoorders waren getuige van een boeiende voordracht van een bevlogen man, die strijdt voor zijn ideeën.
De ontwikkeling van die ideeën gaat nog steeds door. Dat bleek bijvoorbeeld uit zijn terloopse opmerking dat een stukje tekst nog tijdens de treinreis naar Groningen was toegevoegd, en ook als Kunneman zocht naar formuleringen om antwoorden op kritische vragen van toehoorders in te passen in zijn betoog. Daar getuige van te zijn, voegde een spannende dimensie toe aan deze avond.

Dit verslag van Hans van Dijk verscheen eerder in De Hugroniek, het maandblad van de afdeling Groningen en Omstreken van het Humanistisch Verbond (november 2006).

Zie ook het artikel van Joop Tiedemann dat in dezelfde aflevering van De Hugroniek is gepubliceerd: Moeten wij af van het dikke-ik?
Terug naar het Archief
Terug naar afdeling Groningen