Home | Activiteiten | Diensten | Publicaties | HV Groningen | Agenda | Archief

Hannie Singer-Dekker overleden


Op woensdag 4 april 2007 overleed op 89-jarige leeftijd ons zeer gewaardeerde lid mevrouw Hannie Singer-Dekker.

Op deze pagina:

In memoriam Hannie Singer-Dekker (1917-2007)

Tijdens de uitvaartplechtigheid op 11 april in Groningen herdacht Jeannette Stavenga-Visser, voorzitter van de afdeling Groningen en Omstreken van het Humanistisch Verbond, Hannie Singer met de volgende woorden.

Geachte familie, beste mensen,

Op 26 november 2006 vierde de Afdeling Groningen en Omstreken van het Humanistisch Verbond haar zestigste verjaardag. Tijdens een bezoekje bij Hannie in de zomer vertelde ik haar dat we deze verjaardag gingen vieren. Onder andere met een bundel met gesprekken van humanisten uit deze Regio. Ik vroeg Hannie of ik haar daarvoor mocht interviewen. Ja, dat deed ze graag, alleen wist ze niet of ze zich nog wel zo veel kon herinneren. Bij ons gesprek in oktober bleek inderdaad dat het geheugen haar in de steek begon te laten. Maar toch was ik blij verrast dat haar kracht nog steeds duidelijk aanwezig was. Het resultaat van dit gesprek is te lezen in de bundel: ‘Negen gesprekken met humanisten’ en we zijn blij dat we zo’n mooie herinnering aan Hannie bij ons hebben.
Bij een van deze bezoeken meldde Hannie dat als haar gezondheid het haar enigszins toeliet ze graag op 29 november naar ons Humanistisch Centrum wilde komen en tot onze grote vreugde was ze op deze middag aanwezig. Er waren veel mensen en Hannie heeft met velen gesproken. Het doet me een groot genoegen dat ik haar op deze bijeenkomst, namens het Humanistisch Verbond een onderscheiding mocht geven voor haar vele verdiensten.

In 1948 werden Hannie en haar man lid van het Verbond. Al snel werd Hannie actief. Ze schreef artikelen in tijdschriften, zoals Mens en Wereld, Rekenschap en De Humanist. Haar artikelen handelden over humanisme, feminisme en socialisme. Daarnaast heeft Hannie veel bestuurswerk gedaan. Zo was ze van 1958-1965 lid van het Hoofdbestuur en was ze jarenlang lid van de Verbondsraad en van de Stichting Socrates. Ook heeft ze in vele commissies gezeten van de humanistische geestelijke verzorging in inrichtingen van Justitie. Na haar pensionering, als hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen in 1984, werd Hannie in 1988 lid van de Werkgroep Humanistiek van de Afdeling Groningen. Tot 1998 heeft ze in deze groep bijgedragen aan het opzetten van het programma voor lezingen en cursussen, waarbij ze soms zelf een lezing hield of een deel van een cursus voor haar rekening nam.
Ook is Hannie betrokken geweest bij de oprichting van de gespreksgroep Heggespraak, zo’n 13 jaar geleden. Deze groep bestaat uit Remonstranten, Vrijzinnig Hervormden en Humanisten. Haar bijdrage aan de discussies werden altijd zeer op prijs gesteld vanwege haar heldere formuleringen.
Hannie heeft veel voor het Verbond betekend, zowel op landelijk niveau als voor de afdeling. Haar kritische, weloverwogen wijze van discussiёren en meningsvorming waren altijd gericht op respect voor haar medemensen. Haar visie op de maatschappij was, zoals ze dat al in 1956 in Mens en Wereld formuleerde, dat deze “de mensen vrijlaat (niet allen naar de wet, maar ook naar de moraal) om hun eigen leven in te kleden zoals zij dat wensen”.
Of, in andere woorden, mensen dienen in vrijheid hun eigen leven vorm te kunnen geven, dat was haar leidraad.

We nemen nu afscheid van Hannie en dat doe ik ook namens het Hoofdbestuur en het Landelijk Bureau. We gedenken haar met diepe waardering en warme herinneringen.

Activiteiten van Hannie Singer

In 1947 trad Hannie als hoofd bureau arbeidsrecht in dienst bij het NVV en in 1952 als sociaal-juridisch medewerker bij dagblad Het Parool. In 1963 kwam ze in de Tweede Kamer. Singer-Dekker hield zich vooral bezig met justitie en sociale zaken. Ze was een pleitbezorgster van gelijke rechten voor de vrouw, van modernisering van het echtscheidingsrecht en van gelijkstelling van crematie en begraven. Ze was voorzitter vrouwenbond van de PvdA en actief in het Humanistisch Verbond en de NVSH.
Nadat ze in 1970 de Kamer verliet, werd ze wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1977 verbond ze zich als lector strafrecht en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na haar promotie in 1980 werd ze hoogleraar aan deze universiteit. Strafrecht toepassing tussen welzijn en gerechtigheid was de titel van haar inaugurele rede. In 1984 ging ze met emeritaat.

Een tekst van Hannie Singer-Dekker uit 'De Hugroniek' van februari 1997

Ouder worden (II)

Als je de zestig bent gepasseerd, hoef je geen wiskundige te zijn om te weten, dat je het langste deel van je leven hebt gehad. De dood nadert en hoe ouder je wordt hoe meer je je daar van bewust wordt. Denkend aan de dood benijd ik sommige christenen. Ik zeg met na¬druk: "sommige", want ik weet dat lang niet alle christenen eerlijk denken. Maar goed, sommigen van hen benijd ik echt. Waarom? Omdat ze niet alleen geloven in een leven na de dood (dat vind ik op zichzelf beschouwd helemaal niet zo benijdenswaardig) maar omdat zij ook geloven dat na de dood recht wordt gedaan. Ik stel me voor dat de gelovige in een soort rekening-courant-verhouding staat met zijn God. Na je dood moet je voor hem verschijnen en dan wordt de balans opgemaakt. Dat en dat deed je goed, maar hier en daar ben je tekort geschoten. Tenslotte wordt het saldo berekend. Dat pakt meestal negatief uit, denk ik. Bij mij zou dat in ieder geval wel het geval zijn. God is een rechtvaardige God, alle verzachtende omstandigheden zullen dus wel in aanmerking worden genomen, maar toch. Het negatieve saldo zul je alsnog moeten boeken. Van een vooruitstrevend katholiek hoorde ik, dat je dat niet hoeft op te vatten als branden in de hel, al zal het in ieder geval geen leuke toestand zijn. Meer een soort van loutering. Maar uiteindelijk bereik je toch de eeuwige zaligheid. Gelovig of niet, het komt tenslotte terecht. Ik begreep uit zijn verhaal dat de een er wat langer over zal doen dan de ander, maar uiteindelijk komt het in orde.
Ik benijd de mensen die dat geloven omdat voor hen het evenwicht tussen alle mensen uiteindelijk wordt hersteld. Vorige keer schreef ik dat ik oud ben, en nog altijd veel plezier in het leven heb, maar dat het mij verdriet doet, dat zovele mensen deze toestand niet bereiken. Het leven is onrechtvaardig. De ongelijkheid in geluk, in mogelijkheden, in kansen en omstandigheden is moeilijk te verwerken. Als je nu zou kunnen geloven, dat alles tenslotte toch nog zal worden rechtge¬trokken, dat het evenwicht uiteindelijk zal worden hersteld, zou dat de pijn niet helemaal wegnemen (je ziet immers de ellende alle dagen om je heen of op de t.v.) maar wel verzachten. Ik denk dat het geloof zijn wortels vindt in de diep in de mens verankerde behoefte aan recht¬vaardigheid, geborgenheid, liefde en begrip. Aan vergeving van gemaakte fouten ook. Daarom denk ik dat het geloof nooit zal verdwijnen.
En wat is nu de conclusie voor een oude vrouw als ik? Ik kan aan het herstel van evenwicht na de dood niet geloven. Ik heb mezelf tot taak gesteld niet in iets te geloven omdat dit voldoet aan bepaalde, in emoties gewortelde, behoeften. Ik kan alleen geloven wat naar mijn opvatting ook waar is. Dat wil zeggen: in overeenstemming met de werkelijkheid. En ik zie geen reden dat geloof als waarheid aan te nemen. Het antwoord op de vraag of ik met een bepaalde voorstelling van zaken kan leven kan namelijk geen argument opleveren voor de juistheid of onjuistheid van die voorstelling. Het verdriet blijft dus. Het leven is onrechtvaardig en daarmee moet ik het doen. Dat hoort erbij. Je kunt het verdriet niet wegwerken omdat het zo prettig is geen verdriet te hebben. Maar ik vind wel dat je het geluk ook niet hoeft weg te drukken, als je dat gekregen hebt. Bovendien: uit dat geluk kun je de kracht opbouwen, die je misschien nog hard nodig zult hebben als het niet meer zo leuk wordt. Maar we moeten wel met elkaar proberen de wereld voor elkaar wat dragelijker te maken. Dat gaat met vallen en opstaan. Het ideaal van een rechtvaardige wereld zal nooit worden bereikt. De wereld verandert. Het is ons niet gegeven op iedere verandering onmiddellijk op de juiste manier te reageren. Bovendien: bijna iedere oplossing roept weer andere problemen op. Dat ga je scherper zien als je ouder wordt. Maar het bereiken van een beetje minder onrecht is nog wel mogelijk en dat is nou net datgene dat het leven waard maakt geleefd te worden, tot het einde toe.

Hannie Singer

Terug naar Humanistisch Verbond Groningen

Naar de website van de PvdA afdeling Haren

Afdelingen