Opinie

Het Bestuur nodigt U van harte uit om Uw ideeën en commentaren te leveren.

13-12-2010
MONDIAAL HUMANISME OF: WAT DE MENSHEID DEELT
Een impressie van de voordracht met dezelfde
titel van prof. Annemarie Mol,
Zeist/Bunnik, 21-10-2010
Annemarie Mol moest het helaas met 18 toehoorders doen – inclusief het voltallige bestuur van onze afdeling – om haar visie op mondiaal humanisme voor te stellen. Terwijl haar thema uiterst vernieuwend bleek te kunnen zijn, zeker als gelet wordt op het tweede deel van haar titel: ‘wat de mensheid deelt’.
Daarin ontvouwde ze een benadering van wat mensen delen die het hedendaags humanisme, als een toch voornamelijk westers verschijnsel, van een zekere eenzijdigheid kan bevrijden.
Annemarie Mol stelde ons een benadering van een mondiaal humanisme voor vanuit vier repertoires: rechten, levensloop, genen en eten. Daardoor doemde al meteen iets ongebruikelijks op: denken we bij humanisme
eigenlijk wel eens aan zoiets als genen en vooral eten en dan in de zin van zelfstandig naamwoord én van werkwoord?

Rechten
Het repertoire van (mensen)rechten lijkt vanzelfsprekend voor humanisten, het is voor velen de core business van het humanisme. Dat geeft al spoedig het gevoel van een kosmopolitische oriëntatie. Maar Annemarie vertelde dat een tentoonstelling op initiatief van de Verenigde Naties over de Family of Man in de jaren 50 opvallend veel foto’s uit de VS toonde. En het thema ‘levensloop’ als onderdeel van die tentoonstelling ging vooral over de VS of in ieder geval de westerse ‘way of life’, onder verwaarlozing van culturele verschillen en zoiets als levensverwachting en gezondheid/ziekte en wat bijvoorbeeld de (medische) techniek met ons gevoel van leven en lichaam doet.

Levensloop
Daarmee liet ze meteen de complexiteit zien van het thema levensloop als het tweede repertoire.
Worden thema’s als geboorte, opgroeien, werken, liefde en dood overal ter
wereld door alle mensen op dezelfde manier beleefd? Het zijn algemeen menselijke en daarmee mondiale thema’s. Maar bijvoorbeeld kindersterfte, partnerkeuze, arbeid als last of als zelfontplooiing, de verschillende levenslopen van mannen en vrouwen, en ouderdom staan overal in een verschillend spanningsveld van betekenisgeving, gezondheidsindustrie en economie en politiek.
Annemarie Mol stelde daarom de vraag of het wel zo vruchtbaar is onze aandacht vooral te richten op mensenrechten en op strategieën ter verbetering daarvan, terwijl een oriëntatie op alles wat met levensloop, met genen en eten te maken heeft, de aandacht richt op zaken die misschien nog wel veel basaler, dichter bij de grond, bij ons lijf en ons levensgevoel
zijn dan rechten. Misschien brengt zo’n benadering wel meer wederzijdse
herkenning van fundamentele menselijkheid tot stand dan een juridisch discours, dat ook nog eens veel tijd en menskracht vraagt om het te formuleren.
Spreekster maakte ook duidelijk dat de manier waarop wij het thema mensenrechten benaderen veel met publieke en persoonlijke rechten en vrijheden te maken heeft, maar veel minder oog heeft voor economie, zorg,
techniek en omgeving. En het appèl voor medemenselijkheid, dat toch een stevige rol speelt in onze visie op humaniteit, is lange tijd voornamelijk aan de westerse TV-kijker gericht geweest, als donateur voor projecten elders in de wereld.

Genen
In de 19e en 20ste eeuw werd veel aandacht besteed aan zogenaamde raciale verschillen, verschillen van lichaam. In onze tijd weten we dat mensen overal ter wereld genetisch vrijwel identiek zijn, het menselijk genoom laat gezamenlijke stamouders zien, ook al zijn er wel verschillen in het lichaam. Maar ondanks de genetische gelijkheid is er grote ongelijkheid als er bijvoorbeeld op mensen in India of Afrika door westerse bedrijven onderzoek
naar de werkzaamheid van nieuwe medicijnen mag worden gedaan, terwijl zulk onderzoek bij ons op grond van gezondheidsrisico’s niet toelaatbaar wordt geacht. Zijn die mensen daar dan toch minder waard, bijvoorbeeld
omdat ze arm zijn?

Eten
Het repertoire eten werd uitvoerig besproken. Hoe maken mensen hun eten klaar, hoe beleven ze het eten, gezamenlijk, alleen? Vanwaar komt hun voedsel, van boeren uit de omgeving of van de wereldmarkt? Allerlei
voedsel wordt tegenwoordig over de hele wereld vervoerd en soms tot schade van inheemse boeren gedumpt. Wat doet dat vervoer met het milieu, met de mensen die het verbouwen en vervoeren? Hoe werken de
voedselmarkten? Welk voedsel is hoe gezond voor welke mensen in welke omstandigheden?
Wat doet het uitwisselen van recepten en de manier van bereiden – rauw, stomen, braden, bakken enz. en met welke energiebronnen – met mensen? Zijn er mondiale eenheidsproducten, ontwikkelen zich nieuwe smaken, bijv. Italiaanse pizza’s in Japan of pizza’s op z’n Japans? Wat betekent het voor
het hongerprobleem als gewassen voor de bio-industrie worden verbouwd, als brandstof voor motoren, of voor de vleesindustrie, terwijl mensen ze direct zouden kunnen consumeren?
Eten heeft ook te maken met goede smaak, met gastvrijheid en met zorg, kortom met alle betekenissen die mensen eraan geven; een diner aan een rijk gedekte tafel met steeds wisselend bestek of een ‘eenvoudige doch voedzame maattijd’, te weinig ervan of te veel of te eenzijdig. Is de slanke mens het ideaal of juist de corpulente?

Discussie
In de discussie kwam de vraag op of het repertoire mensenrechten wellicht het primaat over de andere drie zou hebben omdat vanuit die rechten en de ethische grondhouding erachter juist alle andere dimensies kunnen worden belicht en onderzocht op rechtvaardigheid en gelijkheid. Daarop kan meteen
worden geantwoord dat de geschiedenis van het denken in termen van mensenrechten, zoals door Annemarie Mol al eerder aangegeven, duidelijk heeft gemaakt dat nog steeds de individuele rechten de meeste aandacht
krijgen, terwijl de culturele, collectieve en economische aspecten van het denken in gelijkheid en gelijkwaardigheid veel minder aan bod komen. In ons denken en spreken over mensenrechten is weinig aandacht voor het
menselijk lichaam, alsof vooral de wil vooropstaat.
Sprekend over zelfbeschikking zitten we eigenlijk in een discours waar altijd iets of iemand de baas is over andere mensen, wat verworpen wordt, of over het (eigen) lichaam, een dimensie die gewoon niet ter sprake komt.
Spreken we in de genetische discours over het lichaam, dan gaat het vaak over het repareren van mankementen of het verbeteren van
het functioneren van het lichaam. Vreugde aan en in ons lichaam komt in het humanistische denken zelden ter sprake. In onze aandacht voor individualiteit en zelfontplooiing vergeten we vaak dat ons lichaam open grenzen heeft naar de wereld, dat ons voedsel overal vandaan komt en dat we juist op dit gebied in een wereldwijd netwerk van totale wederzijdse afhankelijkheid staan. Denken humanisten aan het thema ‘lichaam’, dan gaat het eerder over het lichaam dan vanuit het lichaam.
Eigenlijk gaat de vraag naar een eventueel primaat van het repertoire van mensenrechten boven de andere repertoires, of juist niet, veel verder: bestaat humanisme vooral uit het opkomen voor en verwerkelijken van mensenrechten of gaat het wellicht om meer, om eren herkennen van menselijkheid, echt lichamelijke menselijkheid, en het bevorderen van
humaniteit op basis van die herkenning.
De meningen bij de toehoorders bleven verdeeld. Alsof de benadering door Annemarie Mol van mondiale menselijkheid zoiets als een nieuwe kijk op allerlei problemen vereist, een omkering van een lange tijd gekoesterd
en lief geworden perspectief, een geëngageerd humanisme, dat zichzelf juist in de weg kan zitten als het zich niet kan vernieuwen naar een mondiale dimensie.
De presentatie van Annemarie Mol sloot af met enkele beelden: de geboorte van een jongetje in een klinisch zuivere omgeving, voltrokken door even hygiënisch ingepakt medisch personeel, zonder dat bijvoorbeeld de moeder te zien was. En tot slot een vitaminerijke light foodmaaltijd op een mooi rond
bord, overigens wel met een hand erbij waarin eetstokjes te zien zijn. Wie dient hier wie als norm?
Dat er niet weer eens een ‘uomo universale’, een universele man/mens, met een stevig maar toch zo mooi gestrekt en fier lichaam, stond afgebeeld en juist wel een bord met voedsel dat er lekker uitzag, mag een humanist toch wel te denken geven, als het water hem of haar, vooraf aan al dat denken, al niet in de mond liep; een oermenselijke reflex!

Annemarie Mol heeft met haar pleidooi om het humanisme opnieuw te ontwikkelen aan de hand van vier repertoires volgens mij een bijdrage geleverd aan een humanisme van de 21e eeuw.
Alphons van Dijk, Zeist
05-10-2010
Verslag Bijeenkomst Open gespreksgroep Zeist Bunnik, 15 september 2010 over Duurzame veeteelt.
Alexandra heeft ons thuis ontvangen met Koffie.thee, limonade en koekjes. Hartelijk dank daarvoor. Elf deelnemers hadden zich aangemeld. Maar door diverse bekende en nog onbekende redenen hebben zeven de lokatie bereikt.
Angela polste ieders betrokkenheid bij het onderwerp. Naast een enkele ‘gelukkige’ die vlees niet lekker vindt, gold voor de anderen dat ze zich wel bewust zijn van de problematische ontwikkelingen in de veeteelt (en in de voedselvoorziening in het algemeen), maar er toch nog niet toegekomen zijn daar echt radicale consequenties aan te verbinden, behalve één dan, die dat wel gedaan heeft. Verder eten allen ‘al minder of weinig vlees’. Maar niet altijd biologisch. Waarom niet? Meerdere verklaringen van ‘In het dorp is maar een supermarkt (met beperkte keus) en die wil ik behouden’ tot ‘duurzaam is wel twee keer zo duur’ en ‘ik vind vlees niet lekker maar mijn partner is er gek op’.
Angela licht het manifest van de 100 hoogleraren toe. Al in 2001 heeft een commissie Wijffels een voorstel gedaan aan Brinkhorst, toen minister van landbouw. Maar er is te weinig ten goede veranderd. Te veel aan de markt overgelaten?de commissie had het over; Dierenwelzijn, Milieu, Gezondheid en Financien. Het rapport is te vinden op http://www.novatv.nl/data/
Roos Vonk, een van de initiatiefnemers, wijdt het aan ‘meervoudige onwetendheid’.
De 10 punten (in relatie tot elkaar) besprekend, concluderen wij;We ondersteunen het manifest, maar verbazen ons wel, dat in het manifest Dierenwelzijn als punt 5 vermeld staat. Daar zou het toch mee moeten beginnen! De aandacht daarvoor in de samenleving is, met name door de Partij van de Dieren, aan het groeien. Maar het gaat langzaam. En ja vervolgens is het wel de overheid, die op basis van voldoende steun in de bevolking, moet sturen. De sector zelf kan het onder concurrentie druk niet zelf realiseren. Wij, de consument laten ons toch regelmatig verleiden door lage prijzen.
Over Grondgebonden landbouw en tegengaan Grootschalige veeindustrieën zijn we minder eensgezind. Er moet wel voor 16 miljoen Nederlanders duurzaam voedsel worden geproduceerd.
"Maar Nederland produceert veel méér dan onze bevolking nodig heeft. Nederland exporteert 75% van de productie aan dierlijke eitwitten."
Kan een individuele boer nog wel voldoen aan alle eisen? Als je kijkt wat de grote industrieën, onder druk en doorgaande controle van de overheid, de laatste jaren bereikt hebben op gebied van veiligheid en milieu, is een grotere organisatie dan niet beter instaat (en beter controleerbaar) om aan al de eisen te voldoen? Of gaat de kleinschalige boer het redden als delicatesse leverancier, waar de 90 % van het gegeten ‘vlees’ gaat bestaan uit vleesvervangers, gekweekt vlees en insectensnacks? Die vragen zullen we Roos Vonk stellen.

20-09-2010

Beste mensen,

De dag na de Open Gesprekgroep Zeist-Bunnik discussie-avond was er een uitzending van het programma 'Keuringsdienst van waarde'
over een nieuw keurmerk 'Beter Leven' dat door de Dierenbescherming was gelanceerd om het lot van dieren in de bioindustrie te vebeteren.
Het was zeer de moeite waard ( jammer dat het niet 2 dagen eerder was uitgezonden).
Het werkt met een 3-sterren systeem: hoe meer sterren, hoe beter de dieren het tijdens hun leven hebben gehad.
Géén sterren (dus zonder keurmerk) is het slechtst.
Het bijzondere van het systeem is, en daarom is het relevant voor mensen die biologische vlees te duur vinden,
is dat de prijs van het Beter Leven vlees tussen dat van de bioindustrie en biologisch vlees in ligt,
dus betaalbaar voor de kleine portenmonnee.
In 't kort:
hoe goedkoper het vlees, hoe slechter de dieren het hebben gehad,
hoe duurder het vlees, hoe beter de dieren het hebben gehad.
Alles wat je dus méér betaalt voor het vlees met het keurmerk, komt ten goede van de dieren.

info:
http://beterleven.dierenbescherming.nl/
Gert Korthof

13-09-2010

IS EEN HUMANIST GELUKKIGER?

Een intrigerende vraag die niet simpel met een "ja natuurlijk" te beantwoorden is.

Ik ben recent lid geworden van het Humanistisch Verbond om steun en hints te vinden in het zoeken naar dat antwoord, zo mogelijk in algemene zin of alleen voor mij persoonlijk.

Ik ben geboeid geraakt door de zoektocht die waarschijnlijk elk mens maakt naar het geluk.

Zoeken we dat niet allemaal?

In januari 2008 verscheen er een artikel in de krant over een leraar die naast zijn standaardvak ook een serie lessen had ontwikkeld om kinderen te leren nadenken over gelukkig zijn (zie

http://marketing.malmberg.nl/ ). Ik werd gegrepen door de passie van deze leraar en door de juistheid van zijn analyse: je kunt niet vroeg genoeg beginnen met nadenken over hoe je gelukkig kunt worden. Het toppunt van zijn succes vond ik toch wel dat een aantal van deze leerlingen later lessen gelukskunde ging geven aan ouderen in een verzorgingstehuis: je bent ook nooit te laat om geluk te zoeken.

Tot nu toe mis ik nog een beetje deze positieve drijfveer bij het HV. Ik zie heel erg serieuze onderwerpen voorbijkomen, zoals "voltooid leven", maar hoe vertaalt zich dat naar geluk in het leven nu? Wie heeft goede tips om binnen het HV informatie te vinden of samen te ontwikkelen om mijn titelvraag te kunnen beantwoorden?

Toon Gerritsen

Bilthoven

Afdelingen