Afdelingen

Programma-info

Laatst gewijzigd: 6 mei 2011
14 nov. 2005 e.v. Geloven in Ongeloof
29 mei 2006 e.v. Geen Gewoon Geloof
4 sep. 2006 e.v. Wereldbeelden
18 sep. 2007 Privacy
23 jan. 2008 e.v. Humanisme versus Christendom
27 mei 2008 Vrije menings-uiting
10 sep. 2008 Overheidsregulering
20 feb. 2009 e.v. Individueel groepsdier
7 apr. 2009 e.v. effectief humanisme
22 aug. 2009 persoonlijke stellingnames
23 mrt. 2010 e.v. de verzorgingsstaat
15 juni 2010 e.v. respect
18 sep. 2010 e.v. cultuur
29 nov. 2010 begrip god
14 apr. 2011 e.v. eigentijds humanisme

eigentijds humanisme

24 mei 2011 willen we hierover praten
Noten van George Wieneke
George heeft de tekst van de kortgeleden verschenen folder over eigentijds humanisme omgezet in een doc-bestand tekst eigentijds humanisme , en daarin enige woorden aangegeven die hem opvielen . Bij deze woorden behoren noten , deze kan je opvragen bij George .
Aantekeningen van Lily Musters
Er zijn stellingen te over in het stuk over eigentijds humanisme
ik denk dat ik er nu teveel stellingen uitgehaald heb , maar laat het aan iemand anders over om te kiezen, of ieder die meedoet mag een top 5 maken??
.
HV algemene uitgangspunten
bron: http://www.humanistischverbond.nl/doc/actueel/eigentijdshumanisme.pdf
drie elementen
· het humanisme is een levensbeschouwing die uitgaat van de waardigheid van mensen en die inspiratie vindt in menselijke vermogens
· het humanisme is een politiek moreel streven
· het humanisme omvat het streven naar een goed, mooi en zinvol persoonlijk leven
Motto: zelf denken samen leven
.
. 11 stellingen
1. als humanist kun je niet in een leven na de dood geloven, noch in een Schepper.
2. mensen van alle leeftijden en met alle IQ’s hebben in principe het vermogen om hun bestaan IN VRIJHEID vorm te geven en zo tot bloei te komen
3. cognitieve vermogens zijn het belangrijkst om humanist te zijn, om zelf te kunnen denken ( waarnemen, argumenteren, beoordelen, toetsen en (visies)herzien.
4. het humanisme is een experiment
5. pas als je goed met dieren/natuur omgaat ben je een echte Humanist
6. duurzaamheid is naast het realiseren van een eerlijke, rechtvaardige maatschappij een gezamenlijke verantwoordelijkheid
7. Expressie is voor humanisten een levensbehoefte; door zich uit te drukken, geven mensen zin en betekenis aan hun bestaan
8. het bevorderen van Humaniteit (= menselijke waardigheid) moet ook op politiek vlak beoefend worden, als goed humanist
9. bewust aandacht besteden aan je leven is een morele kwaliteit die moed vraagt
10. mensen kunnen van elkaar leren om een zekere gevoeligheid voor de waarde van het leven te ontwikkelen
11. er is een algemeen geaccepteerde visie op wat een goed , mooi en zinvol leven is

Het begrip God

Enige uitleg van Theo de Wit voor de lezing van 29 november 2010 :
"Het Laatste Oordeel, de hemel, de hel en het vagevuur, een goddelijk tribunaal en een God der Wrake: het lijken vandaag zeker voor humanisten noties uit een ver verleden die wij gelukkig achter ons gelaten hebben. Toch zal ik laten zien dat in een seculiere tijd al vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw misschien de oude religieuze antwoorden ongeloofwaardig zijn geworden, maar dat de vragen en problemen waarop deze antwoorden reageerden springlevend zijn."
"Ik zal tevens demonstreren dat gedetineerden vandaag soms niet helemaal zonder reden een beroep doen op de ’oude’ voorstelling van God als rechter. ‘Only God can judge me’: deze uitspraak kan men tegenkomen op een affiche in een gevangeniscel, maar ook wel als tatoeage op het lichaam van een gedetineerde."

cultuur

24 november 2010 willen we hierover praten .
. 20100917 Roland Bijvank formuleerde de volgende vragen .
Hij ging daarbij uit van het in 2007 in Amerika verschenen boek 'Culture Counts' van filosoof Roger Scruton ( korte beschrijving , een paar pagina's van het boek ) .
.- Wat is cultuur?
.- Is cultuur van kunsten en filosofie alleen dat wat van dode blanke europese mannen is? Of is er nog meer?
.- Is er een onderscheid tussen hoge en lage cultuur te maken? Zo ja, wat betekent dat dan?
.- Valt pulpcultuur te preferen? Is dat niet veel vernieuwender (reality-soap)? Of is het meer van hetzelfde?
.- Wordt de maatschappij beter van kunstcultuur? Zo ja, waar zien we dat aan?
_________________________

respect

15 september 2010 willen we hierover praten .
. 20100615 Dores Lignac noteerde de volgende overwegingen .

MET ALLE RESPECT ...
Naar aanleiding van de Dag van Respect op 13 november 2008, schreef ik(Dores) volgend artikel.
De Dag van respect is bedoeld om jongeren bewust te maken van respectvol gedrag, door gastsprekers op scholen erover te laten spreken.
De Stichting Dag van Respect werd opgericht na de dood van Theo van Gogh en de brandstichting op een moslimschool in Uden die daarop volgde. Rabbijn Avrham Soetendorp die vond dat er iets moest gebeuren, voerde een gesprek met de toenmalige ministers Van der Hoeven, Zalm, Verdonk en Donner, en zo werd de dag van respect geboren. Het idee is om kinderen uit te leggen wat respect inhoudt. Wat het betekent een respectvolle houding te hebben en dat het iets anders is dan stoer of 'cool'.
In Barchem menen we ook dat respect in de dialoog met andersdenkenden hoog in ons vaandel dient te staan. Maar zoals in dit betoog zal worden uiteengezet, lijkt evenwaardigheid een belangrijker voorwaarde.
Wat betekent respect voor ons?

Cultuur .
Respect voor iets of iemand wordt altijd cultureel bepaald. En met cultuur bedoel ik ook de religie van een cultuur.
Respect heeft te maken met eerbied, waardering, bewondering, en nog een heleboel meer. Een soort 'begripsvervuiling' zou je kunnen zeggen. Een nauwkeuriger taalgebruik zou verwarring kunnen voorkomen.
We vinden dat we respect (eerbied) voor het leven moeten hebben, maar dat is maar betrekkelijk. Wat impliciet bedoeld wordt is natuurlijk dat we, nu we als mensensoort de wereld overbevolken, niet 'rücksichtslos' de natuur mogen vernielen.
Het respect voor leven is maar betrekkelijk, want we doden zonder het te willen iedere seconde miljarden microben, we vertrappen onbedoeld vele planten en dieren omdat we ze niet kunnen zien, enzovoort. Ook doden we (voor ons schadelijke) levende mechanismen in ons lichaam met chemicaliën om als persoon verder te kunnen leven. Het recht van de sterkste is ook in ons menszijn manifest aanwezig. En alle levensvormen leven ten koste van andere levensvormen. Dus dat respect voor alle leven is relatief.
Geen leuke gedachte wanneer we hopen dat we, dankzij onze cultuur met onze normen en waarden, wellicht het óverleven kunnen ontstijgen.
Dat er steeds vaker geroepen wordt om respect is misschien een verlangen naar sámenleven, omdat we zien dat het óverleven veel kapotmaakt.
Samenleven betekent dat je niet alleen voor jezelf zorgt, maar ook rekening houdt met anderen. De mate waarin je samen en alleen leeft is een voortdurend proces van afweging.
Daar ontstaan de discussies, daar komen de conflicten over.
Inleveren van voor ons belangrijke zaken ten behoeve van het samenleven, doet het meeste pijn en betekent soms zelfs dat we in onze onmacht om gehoor te vinden, geweld gebruiken. Dan voert onze overlevingsdrift de boventoon.

Medemenselijkheid .
Respect voor een mens houdt verband met eerbied, bewondering voor zijn of haar handelen. Respect verdien je, krijg je van anderen, je 'neemt' nooit respect.
Het religieuze antwoord op wat respect betekent, luidt: we zijn allemaal door God gemaakt, God verdient respect, dus mensen ook.
Deze definitie bevredigt mij niet helemaal omdat een mens niet onder alle omstandigheden respect verdient, maar wel medemenselijkheid. Denk aan een terrorist, die in onze westerse cultuur geen respect verdient om zijn handelen, maar wel een menswaardige behandeling moet krijgen wanneer hij opgepakt wordt. Dus geen vernedering, geen marteling.
Dat is moeilijk genoeg, omdat iemands handelen tot haat kan leiden en die dient dan beheerst te worden. Een straf kan door een gedetineerde wel degelijk als marteling worden ervaren, maar dat is een ander verhaal.

Horizontaal .
De Israëlische hoogleraar filosofie Avishai Margalit pleit in zijn artikel "Menselijke waardigheid tussen kitsch en vergoddelijking"(1) voor 'horizontale' eer (respect) hoewel we uitsluitend de 'verticale' eer waarderen.
Onder horizontale eer verstaat hij de morele eer, onder de verticale eer verstaat hij dan de sociale eer (status).
Maar is horizontale eer, oftewel respect, wel horizontaal? Als we iemand moreel respecteren, plaatsen we de ander op een voetstuk, we kijken tegen zo iemand op. Hij of zij doet iets wat wij niet zouden kunnen.

Soortgenoten .
P.W. van Dijk schrijft in zijn boek "Mensen vragen" (2) over respect in een relatie, dat de ander respect verdient omdat hij een soortgenoot is. Je luistert naar wat de ander te vertellen heeft.
Maar betekent het dat ik de ander (dan nog ongekend) al meteen moet eren? Of heeft het luisteren naar de ander eerder te maken met openheid, belangstelling, misschien wel nieuwsgierigheid en komt het respect pas aan de orde als ik een bepaalde waardering voel voor zijn of haar gedrag, inclusief uitgesproken gedachten?
De dialoog tussen mensen heeft voor mij als voorwaarde de evenwaardigheid, het ongezien evenveel waard zijn, en niet a priori het respect.
Iemand voortdurend in de rede vallen kun je opvatten als gebrek aan respect voor de ander. Liever gezegd: je hebt dan niet voldoende openheid om de ander zijn betoog te laten afmaken. Maar het kan ook betekenen dat je (misschien wel te veel) betrokken bent bij wat de spreker zegt. Juist wanneer je in alle talen zwijgt, kan dat respectlozer zijn dan steeds in de rede vallen. Natuurlijk is het beter de ander te laten uitspreken, maar dat is een open deur, een kwestie van goede manieren.
Hoe zit het met respect voor zwaar geestelijk gehandicapten, voor mensen in coma? Zouden we daarvoor niet beter de woorden medemenselijkheid, mededogen, barmhartigheid moeten gebruiken, dan respect in de betekenis van eerbied die gerelateerd is aan handelen?

Normen en waarden .
Respect hebben voor normen en waarden kan soms heel lastig zijn. Zeker wanneer het cultuurwaarden betreft die botsen met de mijne, of die zelfs directe gevolgen hebben voor mijn leven. Neem als voorbeeld de eerwraak. Als mijn buurman houdt van een moslimmeisje dat al bij de geboorte is uitgehuwelijkt aan een moslimjongen, kan de eerwraak ervoor zorgen dat mijn buurman vermoord wordt. Vanuit de moslimfamilie een noodzaak, vanuit de buurman gezien een groot onrecht. Moet ik respect opbrengen voor een norm(waarde) die mijn buurman bedreigt?
Andersom, kan de moslimfamilie zonder eerwraak leven? Zij voelen zich waarschijnlijk respectloos behandeld als ze géén eerwraak mogen plegen!
En toch kunnen we niet zonder normen en waarden leven. We hebben het nodig om te kunnen samenleven. Er worden afspraken(wetten) gemaakt die we moeten we naleven, of we het ermee eens zijn of niet, want het gevolg is een straf van de maatschappij. Die straf riskeren mensen wanneer ze moreel vinden dat de wet niet klopt, en als er velen zijn die dat vinden, wordt soms de wet aangepast. Dan heeft de maatschappij 'respect' voor die mening.

Zelfrespect .
Dan hebben we het ook over 'zelfrespect'. Waarom praten we niet liever over zelfvertróuwen? Ik ervaar geen eerbied voor mezelf, maar wel vertrouw ik enigermate op mijn oordeelsvermogen, mijn gevoel, enz. Als ik anderen hoor zeggen dat ik mijn zelfrespect verlies, dan bedoelen ze dat ik dingen doe die zij als onwaardig aan mijzelf beschouwen.
Psychologisch is bekend, dat naarmate een mens meer zelfvertrouwen heeft, hij ook anderen makkelijker accepteert in hun anders-zijn. Ook hier zou kunnen gelden: respect begint bij jezelf, ook al wordt hier dus een andere betekenis aan respect gegeven.
Ik kan makkelijker een ander respecteren, waarderen, bewonderen, als ik het zelfvertrouwen heb dat ik ook (andere) dingen doe die de moeite waard zijn.

Tot slot .
Zoals uit bovenstaande blijkt, is het begrip respect naar mijn mening een beetje te veel 'opgerekt', vallen er te veel verschillende betekenissen onder.
Ik ervaar soms dat we uit 'respect' voor de ander niet meer werkelijk durven zeggen waar het voor ons op aankomt, uit angst de ander te kwetsen.
De ander als even-waardig te zien, kan ons helpen erop te vertrouwen dat wanneer we datgene wat ons raakt bij onszelf houden (ik meen, ik ervaar, ik zie), er wellicht een vruchtbare dialoog kan ontstaan.
Het zou een meerwaarde kunnen betekenen wanneer over dit onderwerp een gesprek zou kunnen groeien.

(1) Artikel uit: Nexus 2008 nr 50: Avishai Margalit, Menselijke waardigheid tussen kitsch en
vergoddelijking, blz. 556
(2) Mensen vragen, Pieter Wouter van Dijk, uitg. De Ster, Breda, 1987 blz. 33

Dores Lignac
________________________

de verzorgingsstaat

14 april 2010 willen we hierover praten .
. We stellen ons de twee vragen : 1. Maakt de verzorgingsstaat ons werkelijk gelukkiger ? 2. In hoeverre voelen we onze vrijheid van handelen beperkt worden door de verzorgingsstaat ? Er wordt heel verschillend over gedacht .
. Een uitspraak van een PvdA'er : "We vinden dat mensen verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen toekomst en voor de samenleving waar zij deel van uitmaken. De ruimte voor het individu en de zorg voor elkaar moeten in balans te zijn. We vinden dat van de overheid gevraagd mag worden belemmeringen voor het nemen van die verantwoordelijkheid uit de weg te ruimen."
. Mogelijk kan het volgende essay als achtergrond dienen , het is gemakkelijk leesbaar , hoewel eenzijdig : Negen nadelen van de verzorgingsstaat (en één voordeel) .
. Andere essays zijn te vinden door in google.nl te zoeken op "bezwaren verzorgingsstaat" .
. Patrick attendeert op een essay meer welzijn vereist rantsoenering .

enige persoonlijke stellingnames

. 20090814 : stellingen uit Dagblad Trouw ; wat zijn onze reacties ?
25 november 2009 willen we deze stellingnames bespreken .
1. Bij een ruzie eis ik redelijke argumenten van de andere partij.
2. Voor elk dilemma bestaat uiteindelijk maar een juiste oplossing.
3. Ik vind het belangrijk dat ik weet wat er in de Bijbel staat.
4. Kinderen streng opvoeden bereidt ze goed voor op het leven.
5. Ik geniet van lekker luxe eten en dat mag wat kosten.
6. Als ik wat beloof kom ik dat altijd na.
7. Eigenlijk zou ik harder moeten werken,
8. Ik schiet altijd tekort tegenover God.
9. Ik laat mijn emoties de vrije loop waar anderen bij zijn.
10. Het maken van uitzonderingen op regels verzwakt de regels.
11. Ik vind de ander belangrijker dan mezelf.
12. Mooie kleding stel ik op prijs.
13. Het leukste vind ik een vakantie op de bonnefooi.
14. Ik vind vrijwilligerswerk – naast mijn werk – van grote waarde.
15. Ik brand wel eens een kaarsje voor overledenen.
16. Alle mensen zijn gelijk.
17. Ik gebruik wel eens een leugentje om bestwil.
18. Op zijn tijd matigen in eten, dat is goed voor me.
19. Werken is goed, maar de zondag houd ik vrij.
20. Burgerlijke ongehoorzaamheid is altijd verwerpelijk.
21. Wanneer ik leuke dingen zie, wil ik daar best geld voor lenen, ook als ik die spullen niet echt nodig heb.
22. Je mag best genieten van seks.
23. Ik ben liever beheerst dan uitbundig.
24. Ik bekijk mijn eigen doen en laten geregeld kritisch.
25. In de tijd dat ik deze test deed, had ik wat nuttigers kunnen doen.

effectief humanisme

Ter voorbereiding van de gespreksavond van 12 mei 2009

. 20090407 van Leo H. : enige overwegingen vooraf over de komende gespreksavonden .
. De vorige avond (17 maart) werden de verschillende aspecten van het onderwerp niet goed uitgewerkt . We nemen ons voor om de volgende keer de verschillende aspekten wat diepgaander te bespreken dan vorige keer , en daarom elkaar niet te snel in de rede te vallen . En we willen de gespreksleider een voorzittershamer ter beschikking stellen .
. Vergelijk ook de impressies over de avond 17 maart op het journaal
. We zullen het 12 mei dus hebben over de invloed van het HV . Toevallig kwam dit ook ter sprake in de "Humus" van maart 2009 . Het is een meer praktijk-gericht onderwerp .
. Na de zomer willen we op veler verzoek weer onderwerpen nemen met meer aandacht voor de achtergronden van onze gedragingen etc. . We kunnen het dan bijvoorbeeld hebben over het "mensbeeld" (wat is de werkelijke mens) ; daar hebben we het nog nauwelijks over gehad .

Kritische observaties en mogelijke bruikbare adviezen HV
. 20090104 brief van Anjo T.
Aan het Humanistisch Verbond
T.a.v. Mevrouw Ineke de Vries

Utrecht, 4 januari 2009
betreft: Advies voor een aanscherping van koers, uitgangspunt, inhoud en verantwoording

Beste Ineke de Vries,

Sinds een jaar ben ik lid van het Humanistisch Verbond omdat het gedachtegoed dat mij zeer aanspreekt. Ik heb waardering voor deze organisatie en voel me betrokken bij de ontwikkeling van humanisme in Nederland. Ik ben echter van mening dat er met de huidige manier van werken geen succesvolle, duurzame ontwikkeling wordt bereikt. Daarom deze brief. Ik wil u graag enkele adviezen geven voor een aanscherping van de koers van het HV, omdat ik geloof in een sterke, maatschappelijk verankerde humanistische koers van Nederland en de rest van de wereld.

KOERS: Geen vrijblijvende visie maar invloed en resultaat
Ik merk weinig van het HV in de maatschappelijke discussies. Of juist in het bepalen welke onderwerpen op de agenda staan van onze politiek. In het Meerjarenplan 2007 – 2012 is als eerste toekomstbeeld opgenomen dat er interessante alternatieve visies moeten zijn op maatschappelijke issues. Dat vind ik wel heel mager en vrijblijvend. Als je iets wilt bereiken dan moet je je ideeën omzetten naar daden, maatschappelijke/politieke invloed en uiteindelijk in vastgesteld beleid en maatschappelijke afspraken. Hiertoe zal je moeten samenwerken met politieke partijen (D66?) en gebruik moeten maken van landelijke aansprekende personen (Midas Dekkers?). En je moet een programma hebben met een heldere kijk op de thema’s waar het om gaat (zie alinea Inhoud en presentatie).

UITGANGSPUNT: Ga uit van de werkelijke mens, niet de gewenste
In uw beginselen staan de mens en de menselijke waarden centraal. Iedereen heeft echter verschillende beelden van hoe mensen zijn, veelal gemengd met hoe we graag willen dat mensen zijn: rechtvaardig, altruïstisch, lerend van fouten, etc. Ik zou graag zien dat wordt uitgegaan van de werkelijke menselijke beweegredenen, zoals die zijn verankerd in onze biologie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt bijvoorbeeld:
Mens is gericht op zelfrealisatie en eigen belangen, samenwerking is hiervoor een handige manier.
Voor nieuwe inzichten heb je nieuwe verbindingen nodig in de hersenen, TBS werkt daarom niet echt.
Meningen worden gevormd door ervaringen en genetisch materiaal, vrije wil bestaat niet, waarden kan je dus beïnvloeden.
Mannen en vrouwen zijn fundamenteel verschillend en hebben verschillende behoeften en kwaliteiten.
Hoewel deze ontdekkingen niet altijd prettig zijn kan je er maar beter rekening mee houden in de keuzes die je als maatschappij maakt. Ik denk dat het HV een soort dossier zou moeten voeren voor dergelijke onderwerpen die als basis dient voor het bepalen van standpunten in actuele maatschappelijke discussies (bijvoorbeeld over vrijheid van meningsuiting).

INHOUD EN PRESENTATIE: Humanisme gaat over alle maatschappelijke keuzes en is nog leuk ook!
Als ik de website van het HV zie en als ik HUMUS lees, dan krijg ik een beeld van een organisatie van oude mensen die druk bezig zijn met het recht om waardig te sterven. Niet echt een gezellige club om bij te horen. Ik vind dat de humanistische diensten veel te belangrijk zijn gemaakt. Dat is maar één van de maatschappelijke onderwerpen waarover een humanistisch standpunt zeer noodzakelijk is. Minstens zo belangrijk lijkt mij:
Justitie en rechtspraak: werkt TBS?, is de doodstraf geoorloofd? Is belediging ook vrijheid van meningsuiting? hoe voorkom je criminaliteit?
Milieu en energie: hoe zet je mensen/bedrijven aan om het goede te doen? Moeten wij geld geven aan landen met regenwouden? Welke verantwoordelijkheid heeft een burger?
Gezondheid (leuke column van Joep Schrijvers over plastische chirurgie!): Tot waar en wanneer grijp je in?, eigen beschikking, abortus, IVF, Wanneer wegen de kosten nog op tegen het profijt?
Sociale voorzieningen en werk (wie betaalt voor wie? Hoe lang mag je werkeloos zijn? Hoe zorg je dat specifieke groepen zich beter op de arbeidsmarkt laten zien?
Onderwijs: Hoe leert een mens het meest effectief? Welke investering is maatschappelijk verantwoord en gewenst?
En met het oog op nieuwe leden, middelen en invloed lijkt het me belangrijk om juist deze onderwerpen te gebruiken voor publiciteit. Afzetten tegen religie werkt maar beperkt. Je moet ook alternatieven bieden (zie alinea over uitgangspunten).

VERANTWOORDING: Investeren in resultaat
Als ik de begroting van 2007 bekijk dan vallen me een paar zaken op. Bijna alle inkomsten gaan op aan de interne organisatie (1,3 miljoen) in plaats van activiteiten (4 ton). Ik neem aan dat die interne organisatie ook bijdraagt aan de activiteiten maar dit geeft geen leuk beeld (ik betaal dus vooral voor de interne organisatie). Er is een reserve van 17,5 miljoen die voor een graat deel in aandelen en effecten zit (ik hoop in duurzame fondsen). Dit financiële risico heeft u ongetwijfeld in 2008 gemerkt. Ik denk dat je ook de financiële keuzes en resultaten moet uitleggen aan de leden (misschien heb ik dit gemist).

Ik heb gezocht naar de verantwoording in de zin van bereikte resultaten in 2008. Die kan ik niet vinden. Er zijn investeringen geweest, maar wat heeft het opgeleverd? Een mooi voorbeeld van een partij die dit wel goed organiseert is de Partij voor de dieren. Ze geven precies aan waar ze invloed hebben uitgeoefend en wat dat heeft opgeleverd. Dit geeft een gevoel van succes en het gevoel dat je bij een club hoort die een verschil maakt.

Tot slot
Ik ben werkzaam als manager bij een bureau voor ondersteuning bij besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Daarbij maak ik gebruik van humanistische/biologische uitgangspunten en kennis vanuit psychologie en filosofie. Mijn reactie komt voort uit de behoefte aan een sterke humanistische invloed op maatschappelijke keuzes in Nederland en daarbuiten. Ik besef dat mijn reactie soms wat direct is, veelal zonder toelichting, en dat ik niet alle acties en uitgangspunten van het HV ken. Niettemin hoop ik dat u in uw toekomstige beleid gebruik wilt maken van deze suggesties. Indien gewenst licht ik e.e.a. graag toe. Wellicht tot zien op het Darwin symposium (leuk initiatief).

Met vriendelijke groet,
Anjo Travaille
atravaille@casema.nl

. 20090105 reactie van Clari S.
. Beste Anjo, wat ik aan je brief het leukste vind, is dat die lekker fris is. Nieuwjaarsduik en glad ijs.
Je bent in het voordeel als je nog maar kort bij de club bent, en je moet van goeie huize komen om niet langzaam in de leunstoel voor ouwe lui weg te zakken.
. Ik ben het op veel punten met je eens: laat het HV naar buiten toe opereren, niet alleen met levensbeschouwelijke diensten, maar met concrete doelen, geld en financiële verantwoording.
Over de onderwerpen die je aandraagt hebben bij mijn weten "de humanisten" nog geen "vastliggende standpunten". Daarom zou het debat open gevoerd kunnen worden - zonder vrijblijvend te zijn.

. 20090409 reactie van Ineke de Vries , directeur HV Centraal Bureau
Beste Anjo,

Het is alweer anderhalve maand geleden dat we elkaar kort hebben ontmoet op de Darwindag. Bij die gelegenheid heb ik je beloofd te zullen reageren op je brief die je begin dit jaar hebt gestuurd. Deze nogmaals lezend denk ik dat je op Darwindag goed aan je trekken bent gekomen.
Dat mijn reactie even op zich heeft laten wachten is geen teken dat ik je inzet om het HV/mij te voorzien van adviezen niet waardeer.
Alle onderwerpen die je aansnijdt zijn een verdergaand gesprek waard. In deze reactie wil ik me beperken tot een aantal hoofdpunten per paragraaf:

Koers:
. Dat je weinig merkt van het HV in de maatschappelijke discussie laat ik bij jou. Als je maatstaf is dat Rein Zunderdorp bij Pauw en Witteman aan tafel zit of bij de Wereld Draait Door, dan klopt je waarneming. Wij blijven werken aan onze netwerken bij landelijke TV-programma's. Echter de werkelijkheid wordt niet gemaakt door P&W, MN of AK. Dat neemt niet weg dat het onze ambitie blijft om ook daar zichtbaar te worden. Echter wanneer ik uitga van de berichtgeving over humanisme en HV in de geschreven media, deel ik je mening in het geheel niet. Graag verwijs ik naar onze website www.humanistischverbond.nl waar je overzichten vindt van berichtgeving in de pers.
. Het klopt dat je via de politiek je invloed moet laten gelden. In de afgelopen twee jaar hebben we ook gewerkt aan intensivering van de netwerken met de politiek. Dat heeft tot goede resultaten geleid rond verrruiming van de euthanasiewetgeving en in de landelijke financiering van het humanistisch vormingsonderwijs en tot aandacht voor humanisering van het vreemdelingen detentiebeleid.
. De suggestie om landelijk aansprekende personen te verbinden aan humanisme deel ik en met de cover interviews van Humus doen we dat ook. Dat (enkele) van deze mensen zich ook in de publieke opinie verbinden met humanisme en/of het HV is de volgende stap.
. Ik deel je mening dat de doelen gesteld in het meerjarenplan scherper kunnen, maar ik deel niet je mening dat ze vrijblijvend zijn. Het MJBP is het eerste plan na een ingrijpende reorganisatie - inhoudelijk en financieel. Het HV heeft zich in 2006 als het ware moeten hervinden.

Uitgangspunt:
Dat is helder: we begrijpen de mens en de wereld uitsluitend met menselijke vermogens en beroepen ons daarvoor niet op een bovenmenselijke kracht of autoriteit. De mens is inherent sociaal, zonder een ander kan hij zich niet ontwikkelen: zelf denken samen leven. Of in jouw termen: het is eigen belang dat je verantwoordelijkheid neemt voor meer dan je eigen leven.
Graag verwijs ik naar ons visiedocument Eigentijds Humanisme (november 2008), ook te vinden op onze website. Daar kun je ook de webdossiers vinden rond de thema's waarop we ons momenteel met name richten.

Inhoud en presentatie:
. Je opmerkingen over Humus neem ik mee naar de redactie. Is een belangrijk signaal. Wel is het zo dat we twee kerntaken hebben en één daarvan is het versterken van de humanistische diensten.
Overigens is het zeker niet zo dat we alleen met waardig sterven bezig zijn. Ook privacy-bescherming (op het net), humaan vreemdelingen detentiebeleid, bewaken van mensenrechten (o.a. van homo's/lesbo's), vrijheid van meningsuiting/positie religie in het publieke domein, levenskunst, etc. zijn aandachtsgebieden binnen het HV. Graag nodig ik je uit onze website te bezoeken en dan hoor ik graag of je beeld overeind blijft.
De thema's die je noemt zijn interessant. Mijn ervaring is echter dat het laten horen van een echt onderscheidend geluid tijd vraagt om dat te ontwikkelen en dat focussen op een paar thema's gedurende een langere periode meer effect sorteert wat betreft media-aandacht.
Dat je alternatieven moet bieden ten opzichte van religie, deel ik.

Verantwoording:
De enige opdracht voor de interne oroganisatie is het werken aan de doelstelling: het realiseren van activiteiten. De €400.000 die jij noemt zijn uitsluitend de materiele kosten.
Voor HV landelijk geldt dat de personele kosten voor 81% bestemd zijn voor het realiseren van de doelstelling, voor 10% op fonds/ledenwerving en voor 9% administratie en beheer. Wij zijn per slot van rekening een vereniging van 12.000 leden en 39 afdelingen. Dat brengt vanzelfsprekend de nodige administratie met zich mee. Het vermogen van het HV is gescreend op duurzaam en ethisch beleggen (zie jaarbeeld) en daarop aangepast in 2008.

De begroting is kostendekkend en in de begroting landelijk zit nauwelijks enige investeringsruimte. Met uitzondering van de middelen voor werving. Die (zeer bescheiden) investering betaalt zich grotendeels terug in ledengroei. Na jarenlange terugloop is het tij gaan keren in 2006. Voor ons een belangrijk signaal dat de reorganisatie en de keus voor twee kerntaken goed heeft gewerkt. Natuurlijk kan het altijd beter. Zoals het in beeld brengen van de resultaten. Ik onderschrijf de noodzaak en het belang daarvan volledig. In het Jaarbeeld 2007 hebben we daartoe een aanzet gemaakt. Het formuleren van smart doelstellingen is voor een levensbeschouwlijke organisatie een knap lastige. En niet alleen voor ons, getuige de reacties van talloze goede doelen organisaties richting CBF keurmerk.

Tot zover mijn reactie. Ik hoop oprecht dat je inmiddels ook dingen bent tegengekomen in en rond het HV die wat tegenwicht hebben geboden aan je indruk dat het vooral een ongezellige club van oude mensen is. We komen elkaar ongetwijfeld weer tegen. Wie weet bij de uitreiking van de Van Praagprijs op 20 mei.
Ik zou het waarderen wanneer je mijn reactie doormailt aan degenen die destijds ook jouw brief hebben ontvangen.

Met vriendelijke groet,
Ineke M. de Vries
info@humanistischverbond.nl

individueel groepsdier (als mensbeeld)

De mens als positiegevoelig groepsdier met eigendunk.
20090219 door Kees du Gardijn ,
ter bespreking op de open gespreksavond van 17 maart 2009.

. De mens streeft egocentrisch het (vermeende) eigenbelang na. Dat eigenbelang bestaat uit zijn ontplooiing als individueel mens. Hij zal nooit iets doen dat daar tegen ingaat. Hoe individueel zijn streven ook is, zijn ontplooiing als mens zal mislukken zonder andere mensen, los van een groep, uiteenlopend in schaal uiteenlopend van klein (gezin) tot groot (Nederland>Europa>wereld).
. Want de mens is niet in de eerste plaats een redelijk wezen, maar eerder een groepsdier dat zijn eigendunk ontleent aan zijn positie in de groep, de samenleving. In hoeverre hij in zijn ontplooiing slaagt beoordeelt hij niet alleen zelf, maar blijkt vooral uit zijn verhouding tot andere mensen: de mate waarin hij van anderen erkenning krijgt ten opzichte van de erkenning die hij zelf aan anderen geeft dan wel moet geven.
. De mens zoekt zich dus voortdurend een plaats in de groep en streeft naar handhaving of verbetering van zijn positie teneinde optimaal het eigen belang te dienen. Hij stuit daarbij op anderen die het zelfde doen en dus zijn rivalen zijn, maar met wie hij samenwerkt zolang dat zijn eigen belang ten goede komt of tenminste niet schaadt.
. De samenleving, of een kleiner verband daarbinnen, is dus samengesteld uit onderling wedijverende (groepen van tijdelijk samenwerkende) individuen die ieder voor zich het eigen, al dan niet wel begrepen eigenbelang nastreven. De oergroep van de mens als sociaal dier is het gezin, waarin hij zijn leven begint en lichamelijk en geestelijk overleeft door alle aandacht naar zich toe te trekken en zodoende zijn eerste levenslessen opdoet.
. De mens heeft van vroeg af aan naar leefwijzen gezocht om ondanks de onderlinge strijd van individuele groepsleden de samenleving leefbaar te houden. In dat kader kan een mens zich inzetten voor een ander en/of de groep ook al is dat niet rechtstreeks uit eigenbelang. Hoogstens is het afgeleid eigenbelang omdat zijn inzet mogelijk het voor hem onmisbare leefverband ten goede komt. Hiervoor gebruikt men wel de term 'altruïsme'. Dat alles leidde tot wat typisch des mensen is: cultuur met in haar kielzog ethiek.
. Cultuur en ethiek zijn telkens hernieuwde pogingen van de mens om verstandig om te gaan met de in de samenleving ingebakken spanning tussen enerzijds het groepsdier mens dat in zijn eentje niet kan overleven en anderzijds de individuele mens die zich wil onderscheiden van andere individuen.
. Cultuur en ethiek komen voort uit en vormen het domein van de betrekkelijke vrijheid van de mens als een met keuzemogelijkheden behept dier: de mens als keuzedier.
. Cultuur en ethiek dragen er ook aan bij de samenleving bij elkaar te houden. Zij vormen een schil die de onderliggende processen van egocentrische strevingen enigszins gebruikersvriendelijk maken en de onderling concurrerende individuen in het gareel houden.
. Egoïstisch handelt een mens als hij de groep waartoe hij behoort negeert of gebruikt als instrument ten bate van het eigenbelang, soms resulterend in een perverse wederkerige afhankelijkheid. Dan handelt hij uit slecht begrepen eigenbelang.
. Egocentrisch handelt een mens als hij het eigenbelang nastreeft en de gevolgen daarvan voor zijn groep mede in overweging neemt. Dan handelt hij uit welbegrepen eigenbelang.
. Bij het nadenken over de vraag 'hoe samen te leven?' is het noodzakelijk het egocentrische groepsdier mens als factor mee te wegen. Dat betekent ten eerste: het loslaten van het beeld van de mens als in wezen goed/slecht en ten tweede: het opgeven van de illusie dat een ideaalbeeld van de verhouding tussen individu en samenleving een blijvende leidraad kan zijn bij de vormgeving van de samenleving. Hoogstens kan zo'n ideaalbeeld dienen als tijdelijke leidraad of hypothese die men al naar gelang het inzicht voortschrijdt telkens tijdig door een nieuwe vervangt.
. © 2009 Kees du Gardijn

Kommentaren
2009/02/19 enig voorlopig commentaar van Leo H. :
. In de laatste alinea , waarom kan "een ideaalbeeld van de verhouding tussen individu en samenleving" geen blijvende leidraad zijn ? Ik vat hierbij "ideaalbeeld" op als "ideaalmodel" .
. Het zou leuk zijn om ook gedachten van anderen te horen over verschillen tussen de "ideale mens" en de "werkelijke mens" . Zelf denk ik bijvoorbeeld dat de mens niet altijd aardig en gezellig is maar ook erg haatdragend en agressief kan zijn .

2009/02/20 voorlopig commentaar van Dores L. :
. Ik heb het stuk van Kees met interesse gelezen. Wat me opvalt is dat er nauwelijks gesproken wordt over het spanningsveld dat er ligt tussen de ideale mens en de werkelijke mens, tussen het individu en de gemeenschap.
. Ook de perceptie van het mannelijke en het vrouwelijke beeld van die ideale mens mis ik een beetje. Ik denk dat de mate waarin we voor de gemeenschap werken (in de ruimste zin van het woord) ook een culturele 'mores' kan zijn. Welke factoren beïnvloeden dan je bijdragen aan de gemeenschap?
. Ruimte voor jezelf en ruimte voor de gemeenschap zijn twee grootheden die moeilijk af te palen zijn. Goed en kwaad loslaten is daar geen goed alternatief voor. Het zijn richtlijnen waarlangs een gemeenschap zijn weg zoekt.
. Bovendien denk ik dat goed en kwaad niet te verabsoluteren zijn. Goed is op dit moment goed, omdat we daar motieven voor hebben, maar achteraf kan blijken dat 'goed' wel degelijk 'fout' was. Ik word daar wel bescheiden van. Wie ben ik om iets 'goed' te vinden en waarom, andersom wie ben ik om iemands gedrag fout te vinden en waarom? in de 'mores' van de tegenpartij zijn andere motieven, die plausibel kunnen zijn.

2009/03/10 commentaar van George W. :
. Na lezing van het stuk van Kees borrelde bij mij een aantal punten op die mogelijk interessant zijn bij een discussie.
. In hoeverre is eigenbelang inderdaad de enige interne drijfveer in de mens of is het een abstract begrip waarop alles wordt teruggevoerd. Je zou kunnen zeggen dat de mensen als totaliteit niet anders kunnen handelen dan in (welbegrepen) eigenbelang omdat ze anders niet zouden overleven. Mogelijk zijn we door de Angelsaksische cultuur waarin we leven zo beïnvloed dat we geneigd zijn eigenbelang en sociale strijd als de enige aspecten te zien. Het lijkt me dat we onderscheid moeten maken tussen het abstracte begrip eigenbelang en de in de mens neurologisch gebaseerde drijfveren die tot handelen aanzetten. In een visie waarin onze interne drijfveren door evolutionaire processen gevormd zijn, lijkt het mij waarschijnlijk dat er een samenspel is van vele verschillende drijfveren die ons tot handelen aanzetten. In de in ons brein vastgelegde verzameling van drijfveren zitten vermoedelijk een aantal sociale drijfveren die ons aanzetten tot sociaal handelen. Op grond van zijn onderzoeken met chimpansees suggereert Frans de Waal dat: “Reciprocity, division of rewards and cooperation evolved in animals for the same reasons they evolved in us: to help individuals take optimal advantage of one another without undermining the shared interests that support group life”.
. Is het praten over de mens en zijn eigenschappen niet even onvruchtbaar als het praten over de dieren en hun eigenschappen. Zijn de eigenschappen van de menselijke breinen al niet zo verschillend dat heel verschillende reacties verwacht mogen worden of zijn alle verschillen in gedrag terug te voeren tot zoiets als culturele verschillen? Weliswaar heeft de mens een betrekkelijke vrijheid om keuzen te maken, maar er onder blijft een neuraal vastgelegd systeem zitten, vandaar dat Kees spreekt over ‘keuzedier’. Dat keuze-dier heeft nu een probleem: wat moet ik kiezen? Dit kent naar mijn idee twee aspecten: niet alleen om zijn ‘strevingen enigszins gebruiksvriendelijk’ te maken in een samenleving, maar ook om een vorm te vinden om zijn interne drijfveren te kunnen uiten. Als je gedreven bent tot iets, maar er niet naar kunt handelen levert dit (tenslotte) intern spanningen, frustraties op. Dat zou betekenen dat een cultuur met de daarin verweven ethiek niet alleen het gedrag tussen mensen moet regelen, maar ook ieder mens instaat zou moeten stellen om zijn specifieke drijfveren in één of andere vorm te uiten. En, als die drijfveren in ieder mens anders zijn, hebben we dan een probleem bij het maken van ethische regels?
. Dat een ideaalbeeld van mens en samenleving hoogstens een tijdelijk beeld kan zijn wordt onderstreept door de culturele geschiedenis en de 20e eeuwse pogingen om de ideale maatschappij te creëren . Juist het feit dat we steeds andere ideeën krijgen en die worden uitgeprobeerd is een vrucht van de menselijke vrijheid. De ontwikkeling van een cultuur lijkt mij een soort evolutionair proces, een avontuur met onbekende uitkomst. Dat betekent dat mensen zich steeds andere idealen zal stellen, vaak als reactie op en ontevredenheid over de heersende cultuur. Helaas gaat dit proces in veel gevallen ten koste van een hoop ellende door de discrepantie tussen de ‘werkelijke mens’ en de gekozen idealen. In dat opzicht kunnen we ons inderdaad afvragen of ons humanisme daar voldoende rekening mee houdt.

2009/03/11 voorlopige reactie van Paul Mercken op het stuk van Kees :
. Eerste aanpak.
. Het stuk begint met een stelling die niet waar is. Een mens kan menen dat hij (of zij), geldt ook verder) dat hij zijn eigenbelang nastreeft, maar het is mogelijk dat hij door zijn natuur in een bepaalde richting gedreven wordt die meer in het belang is van zijn groep of van de soort dan van hemzelf als individu.
. Daarenboven ligt aan de vaak voorkomende gedachte dat elk mens altijd zijn eigenbelang nastreeft een cirkelredenering ten gronde.
. Ooit hebben we een onderscheid gemaakt tussen daden uit eigenbelang en belangeloos handelen, anders zouden we die woorden niet kennen. We gaan er dus al van uit dat mensen zowel uit eigenbelang als belangeloos kunnen handelen. Dat onderscheid komt voort uit de praktijk van alledag. Als je dan boven die praktijk uit een theorie bedenkt die inhoudt dat niemand ooit belangeloos handelt, dan maak je daardoor die voormalig zinvolle uitdrukkingen ‘belangeloos’ en ‘uit eigenbelang’ volkomen zinloos.
. Wie redeneert dat mensen die belangeloos handelen dat doen omdat ze dat het beste vinden, dat dus graag doen, er plezier en bevrediging in vinden en er dus toch belang bij hebben, die ontkent tevens dat mensen keuzes maken. Wie het erop houdt dat een mens altijd datgene kiest wat hij voor zich het beste vindt, ontkent eigenlijk dat hij echt kiest. Iets het beste vinden is subjectief in die zin dat diegene die kiest dat natuurlijk het beste vindt, anders koos hij het niet, maar niet dat hij dat het beste voor zichzelf vindt. Hij kan vinden dat het belang van een ander groter is dan dat van hemzelf. Er voor kiezen altijd of in een bepaalde zaak rechtvaardig te handelen is toch niet gelijk te stellen met ervoor te kiezen altijd of in die bepaalde zaak alleen naar zijn eigen profijt te kijken. Nu kunnen filosofen vinden dat belangeloos handelen uiteindelijk toch maximaal in het belang is van de zo handelende persoon is, maar dat betekent dus geenszins dat dat zijn motivatie is.
. Ik ben het dus niet eens met het uitgangspunt.
.
. Er bestaan allerlei gradaties van belangeloos handelen en er sluipt altijd het gevaar in dat men bijvoorbeeld daar zozeer voor geprezen wordt dat men tenslotte meer waarde gaat hechten aan dat geprezen worden dan aan het belangeloos handelen waarvoor men geprezen wordt. Dan wordt dat belangeloos handelen een middel om het doel, geprezen worden, te bereiken, waarmee dat belangeloos handelen ineens niet meer belangeloos is.
.
. Maar ook als je mijn gedachtegang volgt, rijst de vraag op: vinden we iemand die altijd belangeloos handelt een ideale mens? Natuurlijk is iemand die altijd of meestal zijn eigenbelang nastreeft niet ideaal. De vraag wordt op die wijze tweezijdig:
1. in hoever kan en moet de ideale mens zijn eigenbelang nastreven?
2. Wat moet de ideale mens nog meer zijn dan een altruïst die waar nodig ook zijn eigenbelang nastreeft?
.
. Met andere woorden, ik stel dat we eerst zouden moeten vaststellen hoe een ideale mens er uitziet vooraleer we hem gaan vergelijken met een gewone niet-ideale mens.
.
. Tweede aanpak
. Wel kunnen we al als hypothese stellen dat idealen richtingen zijn waarin we de gewone mens graag zien bewegen. We kunnen dan debatteren welke die richtingen zijn. Dat is minder theoretisch dan de eerste aanpak.

.. tot zover de kommentaren ..

Overheidsregulering

Voor de open gespreksavond van 10 september 2008.
Reguleringen door de overheid , hoever willen we die laten gaan ?

. Mogelijk komen de deelnemers met voorbeelden , anders :
. Een geval is de voorgestelde regels voor vrijwilligers , google "regels voor vrijwilligers" .
. Denk ook bijvoorbeeld aan het rookverbod , google roken "vrije keuze" .
. Ook kunnen we het hebben over het landelijk patientendossier . Hoe reguleert men de toegang tot het dossier ? Google "EPD" . (Verg. het advies van de Raad van State ; dit is te vinden door op de site http://www.raadvanstate.nl/adviezen te zoeken naar EPD . In de NRC kwamen 17 juni 2008 e.v. twee opinierende artikelen hierover , van Laurens Mommers en van Jan Willem Heemstra Elsene .)
. 2008/09/03 . Drie vraagstellingen van Leo :
1. Verzekeren van vrijwilligers . Moeten daar wettelijke regels voor komen ? Het voordeel is dat de vrijwilliger meer recht op vergoedingen heeft . Maar het nadeel is dat dan veel werkgevers vanwege de kosten zullen afzien van het aannemen van vrijwilligers .
2. Verplichtingen tot het bijhouden van diverse administraties door bedrijven . Het voordeel is een betere kijk op het functioneren van de bedrijven . Het nadeel is de vaak hoge administratieve kosten voor het bedrijf .
3. Rookverbod . Het voordeel is dat de gezondheid van alle mensen gemiddeld beter wordt . Het nadeel is dat de verantwoordelijkheid voor eigen leven van de mensen afneemt .

Vrije menings-uiting

Voor de open gespreksavond van 27 mei 2008 over vrije menings-uiting .
. Hoever mag je gaan met het uiten van je mening ?

(2008/05/02 Leo H.) Twee voorbeelden .
1. Mag je verkondigen dat je geweld gaat gebruiken als iemand niet doet wat jij wil , ook als deze geen geweld gebruikt ?
2. Mag je verkondigen dat iemand slechte ideeen heeft , zonder dat je erbij zegt wat die slechte ideeen dan zijn ?

(2007/09/09 George Wieneke)
Een discussiestuk over twee vragen , als achtergrond voor een gespreksavond .

Vrije meningsuiting , onderdeel van onze samenleving
. Het recht op vrije meningsuiting maakt deel uit van de westerse cultuur. Het is essentieel voor het functioneren van de maatschappij zoals we die kennen met democratie, het maatschappelijke debat enz. Bovendien raakt het aan de autonomie van de mens, of het gevoel daarvan.
. Voor een discussie lijken me twee aspecten interessant: 1. mag men elke mening verkondigen? 2. mag men beledigen, pesten etc. De volgende tekst is bedoeld om de discussie daarover opgang te brengen.

1. Mag men elke mening verkondigen?
. De vrijheid van meningsuiting is een bron van vernieuwingen. Door het lanceren van denkbeelden die nieuw zijn voor de bestaande cultuur, door het doorbreken van huidige taboe's kan de huidige cultuur veranderen. Het speelt een onmisbare rol in de evolutie van een cultuur.
Maar
. Niet alle ideeën zullen leiden tot een cultuur waarin mensen succesvol kunnen voortleven. Net als niet alle mutaties in de levende natuur tot een succesvol en levensvatbaar resultaat hebben geleid. Er zal in de loop van de tijd een selectie van ideeën plaatsvinden door mislukkingen. (b.v. communistische regime)
. Kun je van te voren vaststellen welke meningen niet succesvol of misschien wel schadelijk kunnen zijn? (b.v. pedofilie?) Mag je evidente onwaarheden verkondigen? (b.v. holocaust ontkennen?) De vrijheid van denken schept de mogelijkheid om de meest absurde ideeën te krijgen. Een suggestie van J.S.Mill is dat: een mening onderbouwd moet worden met valide argumenten, wetenschappelijk vastgestelde feiten en logische redeneringen (aangehaald in Redactioneel de Humanist 5|2006). Maar dit sluit het uiten van een op gevoel gebaseerde mening weer uit.

2. Geeft het recht op vrije meningsuiting tevens het recht om te beledigen, bedreigen, pesten ...?
. Een argument hiervoor is het feit dat wat beledigend, bedreigend enz. is afhangt van de cultuur, de persoon en van het tijdsgewricht. "Niet voor niets verdedigde politica Ayaan Hirsi Ali twee jaar geleden de meningsvrijheid als 'het recht om te beledigen'. Zou het dat niet zijn, dan zou het vrije woord tot nul worden gereduceerd. Men hoeft slechts blijk van belediging te geven om een ander het zwijgen op te laten leggen".(R.Wijnberg in NRC 31/7/07). Men kan dit als een gevaar voor de westerse cultuur zien: "Vier mensen werden onlangs veroordeeld voor het beledigen van een agent, een vijfde is beboet voor majesteitsschennis. Daarmee is een grondrecht in gevaar: de vrijheid van meningsuiting".(zelfde auteur).
Maar
. Daar staat tegenover dat een belediging of bedreiging bewust gebruikt kan worden als onderdeel van een machtsstrijd die mensen onderling voeren of het de vrije loop laten aan een emotie (verg. pesten).
. Het verkondigen van een nieuwe mening gaat meestal gepaard met strijd om die mening te verbreiden. Deze strijd kan echter met oneigenlijke methoden gestreden worden, in de zin dat het niet meer gaat om anderen te overtuigen van jouw mening maar om machtsstreven, bescherming van eigen zelfbeeld of onschadelijk maken van een tegenstander. Deze strijdmethoden kunnen zowel door de vernieuwers als de conservatieven worden gebruikt, denk aan dierenbevrijdingsfront en fundamentalistische moslims .

Zijn er grenzen aan het recht op vrije meningsuiting?
. Beide genoemde aspecten kunnen daarvoor argumenten geven: (1) ideeën die schadelijk zijn voor de mens uitsluiten (2) de strijd voor vernieuwingen binden aan zekere normen. Kan de mens die gebonden is aan zijn cultuur dit uitmaken? Is de keuze wel of geen grenzen een keuze tussen conservatisme, onderdrukkende normen contra zedeloosheid, nihilisme?

Tot zover het discussiestuk .

Humanisme versus Christendom

Vragen over humanisme , geformuleerd door een (christelijk ge-orienteerde) gespreksgroep in de Bilt , 14 okt 2006 .
Voor tekst met kommentaren zie vragen chr v hum 2 .
Ter bespreking op de open gespreks-avonden van 23 januari 2008 en 13 maart 2008
1. Hoe is het humanisme institutioneel georganiseerd (gezagsstructuur, hiërarchie)?
2. Wat is jouw rol in het humanistisch verbond?
3. In welke maatschappelijke verbanden (we kennen ziekenhuis, krijgsmacht, maar zijn er meer?) is er sprake van een humanistische pastoraat? Bestaat er ook een wijkpastoraat?
4. Waarin onderscheidt humanisme zich van psychotherapie in het troost geven en helpen verwerken van menselijk lijden (rouwprocessen, ziekte e.d.)?
5. Kent het humanisme ook rituelen, m.n. voor scharnierpunten in het menselijk leven (als geboorte, huwelijk, sterven)?
6. Kent het humanisme ook een soort ‘eredienst’ waarin de leer beleden en onderhouden wordt (zoals Christenen dat vinden in een kerkdienst)?
7. Is er een soort leerstelligheid en dogmatiek in het humanisme (een soort humanistische ‘geloofsbelijdenis’)?
8. Wanneer ben je humanist? (analoog aan de vraag die sommigen naar de christelijke identiteit stellen: ook al ben je niet georganiseerd -kerkelijk- dan kun je toch christen zijn, maar misschien dat een bepaalde minimale overeenstemming over de geloofsinhoud toch nodig is)
9. Zijn er varianten van humanisme (nationaal en internationaal), zoals er ook vele varianten van Christendom (RK, protestant, e.d.) bestaan?
10. Het christendom en bijvoorbeeld ook de Islam hebben bepaalde verhaaltradities waar de gelovigen zich aan spiegelen (bijv. offer door Abraham van Izaak- ook door de niet-gelovige Paul Cliteur een indrukwekkend verhaal genoemd, rijk aan inhoud). Bestaan in het humanisme ook bepaalde verhaaltradities?
11. Een centraal thema in de christelijke praxis en ethiek (of hoort dat in ieder geval te zijn) is dat de mens geschapen is naar God’s beeld (ook Saddam Hoessein en Hitler). Met dit axioma kunnen we bijvoorbeeld artikel 1 van de Universele Verklaring van de Mens van 1948 legitimeren: de mens heeft intrinsieke waarde en alle mensen zijn van gelijke waarde (al wordt die legitimering niet gegeven in het document dat door en door seculier is). Is er ook een of ander centraal axioma dat ten grondslag ligt aan de leer en de praxis van het humanisme?
12. Heeft het humanisme bepaalde standpunten m.b.t. maatschappelijke probleemgebieden als doodstraf, suïcide, euthanasie, abortus, homohuwelijk, tbs?
13. Hoe verhoudt het humanisme zich tot: atheïsme, agnosticisme, deïsme, pantheïsme, polytheïsme, monotheïsme, de 5 wereldgodsdiensten (Jodendom, Christendom, Islam, Hindoeïsme, Boedhisme), niet-christelijke esoterie, esoterisch christendom, vegetarisme, veganisme? Zijn bepaalde combinaties (bijv. humanisme-atheïsme) meer waarschijnlijk dan andere en sommige combinaties uitgesloten? .
14. Onderhoudt de humanistische beweging contact met andere levens- en wereldbeschouwingen (bijv. de kerken)?
De Bilt 14 okt 2006

PRIVACY

Ter bespreking op de Open Gespreksavond van 18 september 2007 .
Staat het recht op privacy nog overeind in onze maatschappij ?
Aanleiding is een artikel in de NRC van 22 mei 2007 op pag. 1 , auteur Derk Stokmans , hier volgt de aanhef :
Privacy? Ik heb niks te verbergen
Parlement speelt geen echt kritische rol
* Nederlanders maken zich niet druk om aantasting grondrechten *
Er komen steeds meer wetten die de privacy aantasten, maar actiegroepen die zich sterk maken voor grondrechten zijn er nauwelijks. Nederlanders leven in een mentale verzorgingsstaat.
Het volledige artikel wordt op aanvraag aan deelnemers van de gespreks-avond toegezonden

(2007/08/31) Ook de Nieuwsbrief van Human.nl besteedt recentelijk aandacht aan het recht op privacy :
28/08/2007: Verdenkingen die nergens op slaan. Jacob Kohnstamm vreest dat de Kamer instemt met nieuw verdrag passagiersgegevens met VS.
Ook (06/08/2007): Amerikaanse spionage begint spuigaten uit te lopen. D66 maakt zich ernstig zorgen over de 'afluisterwet' die in de VS is aangenomen .
En (02/07/2007 ): Ook eerlijke burger moet zich zorgen maken om aantasting privacy. Persoonlijke vrijheden te snel aan de kant gezet, waarschuwt College Bescherming Persoonsgegevens.
De artikelen zijn te raadplegen via www.human.nl > nieuws > dossiers > privacy .

2007/09/17: 11 tentatieve stellingen over privacy
L0. Privacy is onmisbaar voor het functioneren van onze maatschappij .
P1. Ik heb niets te verbergen, want ik doe niets verkeerd.
P2. Persoonsgegevens zijn bij overheid en bedrijven altijd in goede handen.
P3. Het is goed dat de Wet bescherming persoonsgegevens ervan uitgaat dat niet meer informatie verzameld wordt dan strikt noodzakelijk.
P4. Door internet, koppeling van overheidsbestanden, vervoerssystemen als rekeningrijden en OV-chipkaart, biometrisch paspoort, legitimatieplicht, preventief fouilleren en cameratoezicht komt veel informatie vrij over burgers, maar daar is niets mis mee.
P5. Informatievergaring is niet in te perken. Wél kunnen we erop toezien wie onder welke omstandigheden de informatie gebruikt.
P6. Google verzamelt data over het zoekgedrag van gebruikers. Langzamerhand wordt Google hiermee een gevaarlijke instelling.
P7. Om terrorisme te bestrijden is het vaak noodzakelijk om informatie te vergaren over personen op wie geen verdenking rust.
P8. Burgers moeten toegang hebben tot al hun gegevens en hebben het recht om die gegevens te wijzigen of te vernietigen.
P9. Het is goed dat een officier van justitie een bibliotheek kan sommeren om alle leners op te geven van boeken van Sayyid Qubv, de islamitische prediker die vindt dat alle ongelovigen en afvalligen moeten worden gedood.
P10. De privacy van de burgers raakt door de snelle technologische ontwikkelingen en het wegvallen van juridische waarborgen in de knel.

Hier is ook een klein essay van Paul Mercken (2007/06/30) :
Jongen, het is al te laat, zei ik bij mezelf deze week, toen ik op een affiche in het gemeentehuis las dat vanaf augustus 2006 de nieuwe identiteitskaarten en paspoorten (elke Nederlandse moet zoiets desgevraagd bij zich hebben) voorzien zijn van een chip met je persoonsgegevens, foto, handtekening en straks ook nog je duimafdrukken. Minister Pechtold heeft het systeem een klein jaartje geleden (26 augustus 2006) plechtig geopend. Dat betekent dat overal en op elk moment dat de overheid dat wil ze kan registreren waar je op dat ogenblik bent. Geloof maar dat een nazibewind hiermee effectief alle joden zou kunnen oppakken en vernietigen. Toen ik een gemeente-ambtenaar met dit probleem confronteerde, begreep ze mij verkeerd: helaas, mijnheer, er zijn veel gemeenten die nog niet over de apparatuur beschikken om die chips te lezen.
Het krantenbericht van deze week dat er in Schiphol proef gedraaid wordt met een doe-het-zelf-identificatie van passagiers naar het buitenland (hoera, je hoeft niet meer in de rij te staan voor je paspoortcontrole: je bent al automatisch gescand!) zal daar wel op gebaseerd zijn.
Waarom is hierover weinig of geen heibel geweest? Omdat de EU dit reeds in december 2004 heeft besloten. Ik vrees dat dit o.m. een tegemoetkoming is geweest aan een eis van de V.S., die eigenlijk geen chip-loze bezoekers in of boven hun grondgebied wensen.

Verdere punten waar we het over kunnen hebben .
Van P Mercken :
We hadden afgesproken het over (het recht op) privacy te hebben. Ik stel voor dat we dieper ingaan op het recht op privacy: waar komt het vandaan? is een privé-sfeer of -ruimte een menselijke behoefte? is privacy een vorm of een onderdeel van menselijke vrijheid? is het waarderen/garanderen van privacy voor iedereen (niet alleen de koningin) een typisch westerse waarde? bestaat er ook een plicht tot privacy (mag je alles van je zelf op straat gooien of zoals het gezegde luidt met zijn blote billen in de etalage gaan zitten?)? waar liggen de grenzen van het recht op privacy? is dat alleen veiligheid of zijn er ook andere belangen van de samenleving mee gemoeid, zoals het recht van de overheid om belastingen te controleren, fraude bij uitkering en andere misdaden tegen te gaan? hoe garandeert de staat de privacy van zijn burgers, zowel tegen schending door anderen (personen of instellingen), maar vooral door de staat zelf?

Verder zijn hier nog twee casussen ter bespreking of ter illustratie :

(1) Tot mijn verbazing las ik onderaan de inleiding op het menu van het Apeldoornse ijssalon Roberto in de Oranjerie dat ik opgenomen werd op een webcam. Nu ben ik de uitzondering die alles waar zijn oog op valt helemaal gaat lezen. Ik heb dan ook even de proef op de som genomen en drie tafeltjes gevraagd of ze wisten dat zij op internet te zien waren, en nee hoor, niemand had dat gelezen.
Achteraf gezien valt het nogal mee. Op http://www.ijssalonroberto.nl wordt elke seconde een plaatje uitgezonden, waarop je alleen als je toevallig recht tegenover de camera naar buiten komt en er niet toevallig een vlaggetje voor je gezicht waait misschien herkend kan worden, maar toch! En ze denken de klanten daar een plezier mee te doen: dan kunnen ze naar hun familie thuis wuiven!

(2) Zoals ik al had aangekondigd stuur ik de volgende uitnodiging alleen maar door als casus. Het is niet mijn bedoeling jullie uit te nodigen meteen te protesteren. Mij dunkt dat mensen teveel spontaan gaan protesteren, zonder eerst goed over het onderwerp te hebben nagedacht. Als je door blijft zoeken dan vind je wel interessante gegevens over (de discussie rond) de verichip, want daar gaat het over: http://verichip.yourownrisk.nl/petitie.asp

Met vriendelijke groet , Paul Mercken

WERELDBEELDEN

Door: Gert Korthof

Kritische vragen over overeenkomsten en verschillen tussen atheïstische, humanistische en theïstische wereldbeelden

De probleemstelling is kort geformuleerd (15 juni 2006):

Zijn humanisten gewoon atheisten?
Aanleidingen voor deze stelling zijn:
1)
"Ze (Humanisten) gaan er niet vanuit dat 'een onzichtbare hand' sturing geeft aan het 'lot',
wel dat de wereld toevallig is, zonder aanwijsbare oorzaak, zonder aanwijsbaar doel."

Dit citaat is afkomstig van:
"Kan iemand tegelijk lid van een kerk en van het Humanistisch Verbond (HV) zijn?"
http://www.humanistischverbond.nl/veelgesteldevragen/kaniemandtegelijklidvaneenkerkenvanhethumanistischverbondzijn.html

Deze stelling lijkt geheel onverenigbaar met het theistische wereldbeeld.
En de vraag dringt zich op: Is dit gewoon atheisme???
Dus: zijn humanisten gewoon atheisten?

2)
Tweede aanleiding is dat ook de Atheisme - Theisme wereldbeeld-tweedeling van Prof Cees Dekker (Christen en Intelligent Design aanhanger),
impliceert dat humanisten gewoon atheisten zijn, omdat er in essentie maar twee wereldbeelden zijn.
(beschrijving van de twee wereldbeelden zie:
http://home.planet.nl/~gkorthof/korthof79.htm)

3) Als humanisten in navolging van Dewey essentiële delen van het geloof 'ballast' noemen,
is er nog wel een dialoog met gelovigen mogelijk?

Discussievragen:
-Klopt het dat er eigenlijk maar twee fundamenteel verschillende wereldbeelden zijn?
-Of heeft het humanisme een ander wereldbeeld dan het atheisme? (het derde wereldbeeld, of het Humanistisch wereldbeeld).
-Kan iemand die gelooft dat de mens door God geschapen is, en dit als strijdig ziet met evolutie, een humanist zijn?
-Wat is het standpunt van Humanisten ten aanzien van de claim van Intelligent Design
dat de wetenschap van de laatste 10 jaar aanwijzingen geeft voor het bestaan van God? (dus onafhankelijk van de Bijbel)
-Kunnen humanisten deze claims nog negeren nu dat dit zo'n dominant discussiepunt in wetenschap en maatschappij aan het worden is?
-Zijn de Vrijdenkers de 'eigenlijke' atheïsten onder de humanisten?
-Hebben theisten, atheisten en humanisten nog wel gemeenschappelijke doelen?

Het lijkt leuk om als inleiding een kort audio fragment en een kort video fragment te vertonen.

Verdere relevante achtergrond pagina's zijn:

Wie heeft het beste wereldbeeld?
http://home.planet.nl/~gkorthof/korthof79.htm

Is humanisme gelijk aan atheïsme?
http://www.humanistischverbond.nl/veelgesteldevragen/ishumanismegelijkaanatheisme.html

Wat vinden humanisten van gelovige mensen?
http://www.humanistischverbond.nl/veelgesteldevragen/watvindenhumanistenvangelovigemensen.html

Hoe moet je volgens humanisten de verschijnselen in de werkelijkheid proberen te verklaren?
http://www.humanistischverbond.nl/veelgesteldevragen/hoemoetjevolgenshumanistendeverschijnselenindewerkelijkheidproberenteverklaren.html

* * * * *

Geen Gewoon Geloof

Over het religieus humanisme in A Common Faith van John Dewey
door Ingrid M. M. Kiewik (Ikiewik@hccnet.#nl)
( Doctoraalscriptie Universiteit voor Humanistiek
Begeleider: prof. dr. P. H. J. M. Derkx
Meelezer: mw. prof. dr. H. A. Alma
Utrecht, oktober 2005 )
Twee zinsneden (uit blz. 27 en blz. 29) :
" De religieuze ervaring is in de opvatting van Dewey geen op zichzelf staande ervaring, die onderscheiden kan worden van andere ervaringen zoals esthetische, wetenschappelijke, morele, politieke en van ervaringen zoals gemeenschap en vriendschap. De religieuze ervaring is een kwaliteit van de ervaring, iets dat aan alle ervaringen eigen kan zijn. Het is een belangrijke en authentieke ervaring met een religieuze dimensie. "
" De religieuze kwaliteit van de ervaring is volgens Dewey intrinsiek verbonden met de verbeelding. Het gaat daarbij om de verbeelding van het ideaal en de verbeelding van de moraal. "
Volledige tekst (pdf, 76 pp)
Ter bespreking op de Open Gespreksavonden , eerste maal op 29 mei 2006 .

GELOVEN in ONGELOOF

Of: nut en onnut van vertrouwde zekerheden
Van: Kees du Gardijn .
Voorgesteld onderwerp ter bespreking op de Open Gespreksavonden ,
in drie delen ( inleiding , gelovigen , ongelovigen )

Deel 1 (inleiding) op 14 nov. 2005 .
Terug denkend aan die bespreking bevangt mij nog altijd een gevoel van verbijsterende verbazing. Niet dat die zichtbaar was, want een vergadering met mijn collega's verliep steeds beheerst keurig. In het hele bedrijf gonsde de vraag: 'hoe handhaven we ons als onderneming in de plotseling verslechterde marktsituatie?'. Voorzichtig deed ik enkele suggesties. Mijn collega's reageerden wat paniekerig en afwerend: "Als we die kant uitgaan komen we in conflict met ons eigen beleid en verliezen we als afdeling personeelszaken ons gezicht". Hoewel uiterlijk kalm blijvend, steeg mijn verbijstering ten top toen ze er aan toe voegden: "bovendien is het in tegenspraak met wat je zelf schreef in je uitstekende nota, waarop de laatste jaren ons beleid grotendeels is gestoeld". Ik begreep die reactie in het geheel niet. Kwamen zij niet geregeld op de werkvloer? Beseften ze niet dat, zelfs al zijn de vragen dezelfde, de veranderde situatie ander antwoorden vereist? In het hele bedrijf waarde de vrees voor de toekomst rond in dat ene woord: 'inkrimpen?!'

Mijn collega's gingen te rade bij een externe autoriteit, het Beleid en met hun lof voor mijn aandeel daarin probeerden ze mij daarin mee te trekken. Ik moest delen in hun geloof, nu misschien hun illusie, dat mijn vroegere geesteskind ook nu houvast zou bieden bij de aanpak van problemen. Achteraf was ik trouwens ook verbaasd over mijn onnozelheid. Op grond van mijn ervaring had ik kunnen weten dat mijn collega's de situatie anders zouden waarnemen dan ik. Ik liet mij dus ook leiden door een illusie, namelijk dat mijn collega's de veranderde omstandigheden op de zelfde wijze zouden hebben waargenomen als ik.
Mijn bedoeling was de eerder gemaakte 'afspraken' met het oog op de veranderde situatie in onderling overleg opnieuw te bezien en zo nodig aan te passen aan de nieuwe realiteit. Ik wilde zeker niet worden vastgenageld aan mijn vijf jaar oude tekst. Toen geloofde ik in wat ik in de nota schreef. Nu wilde ik in het licht van de nieuwe omstandigheden de beleidsnota, dus wat ik toen geloofde, ter discussie te stellen. Daarmee dacht ik ruimte te kunnen maken om de verandering in de situatie open en zonder vooringenomenheid onder ogen te zien.

Het geschetste voorval illustreert de geneigdheid van ons mensen om zich in tijden van onzekerheid vast te klampen aan oude en vertrouwde zekerheden. De vraag naar de houdbaarheid wordt niet gesteld, want dat roept de onzekerheid op die men juist vermijdt door het vertrouwde, mogelijk illusoire, geloof te blijven koesteren. Het toont ook de neiging anderen hierin te betrekken; immers hoe talrijker de aanhang van een geloof is, des te sterker ervaart men het als realiteit. Bovendien geeft het een gevoel van saamhorigheid waaraan de mens als sociaal wezen (zie later in dit stuk) behoefte heeft.

Wat is geloof?
Wat is ongeloof?
Hoe gaan we als humanisten met geloof en ongeloof om?

Deel 2 (gelovigen) op 23 jan. 2006 .
Het bovenstaande maakt ook duidelijk wat ik in dit verband bedoel met 'ongeloof': een ongelovig mens laat zich mogelijk inspireren, maar niet leiden door een autoriteit buiten zich zelf. Evenmin zoekt hij op voorhand een leidraad in een vroegere succesvolle gedragslijn of in zijn geloof in wat dan ook. Hij begint met ongeloof en gooit zijn geloof open voor discussie. Dan ontstaat voor hem de ruimte zich te realiseren hoe hij de situatie ervaart, waarneemt dan wel beoordeelt. Daaraan toetst hij vervolgens zijn visie, vroegere gedragslijn, bestaand beleid, de beweringen van een autoriteit, een goeroe enz.. Soms zal het bestaande bruikbaar zijn en soms niet. Is het eerste het geval dan is de vraag: 'hoe kan ik het voorhanden gereedschap doelmatig benutten?'. In het tweede geval zal het bestaande gereedschap moeten worden vernieuwd of moet er ander gereedschap worden ontwikkeld.
De boven geschetste gedachtengang werk ik verder uit aan de hand van vier stellingen.

Eerste stelling: Alleen als ongelovige kan een mens authentiek zijn .
De authenticiteit van de mens als ongelovige berust er op dat hij zijn geluk/ongeluk niet als vanzelfsprekend toeschrijft aan iets buiten hem maar in de eerste plaats aan zijn zo (geworden) zijn. Hij laat zich niet leiden door een geloof in hogere machten, zoals een god, en evenmin door een geloof in een autoriteit, een ideologie dan wel door hem zelf ingenomen standpunten voor zo ver die een onaantastbare status dreigen te krijgen. Een ongelovige zal dan ook nooit zijn doen en laten rechtvaardigen door een beroep te doen op een macht buiten hem. De verantwoordelijkheid voor zijn handelen zal hij altijd voor zich zelf willen houden. Hij ontwikkelt door deze levenshouding een onafhankelijkheid waarvoor hij zijn houvast vindt in het eigen authentieke zelf.

De ongelovige verschijnt in deze schildering als een mens die alles zelf uitdoktert en doet wat wat in hem opkomt als hij vindt dat het bij hem past. Hij lijkt een eenling die alleen als hem dat uitkomt met medemensen omgaat. Die schildering is niet onjuist, maar het is slechts het halve schilderij. Want een mens kan niet als eenling leven en evenmin kan hij leven als hij niet als persoon wordt her- en erkend . Daarom heeft hij steeds weer behoefte aan omgang met medemensen en leeft een mens in relatie met anderen, die hem herkennen en erkennen.Hij leeft in liefdesverbanden (waarin ook zijn leven begint), in verbondenheid met naasten, in kleine verbanden en in een samenleving. Omdat hij in en door die verbanden waarvan hij deel uitmaakt leeft, voelt hij daarvoor een zekere medeverantwoordelijkheid. Uit dit alles blijkt dat de ongelovige mens niet voorbij gaat en, zonder zichzelf te kort te doen, niet voorbij kán gaan aan het meest bepalende kenmerk van hem als mens: een wezen dat slechts met en door anderen kan leven. Dat sociale aspect van het menselijk bestaan krijgt, uitgaande van achtereenvolgens een tweede, derde en vierde stelling, een nadere uitwerking met betrekking tot de mens als gelovige (2), dan wel als ongelovige (3) en tenslotte met betrekking tot de mens die niet anders kan zijn dan én een individueel wezen én een gemeenschapswezen (4).

Tweede stelling: Als gelovigen ontmoeten mensen elkaar langs een omweg .
Mensen ontmoeten elkaar als gelovigen niet rechtstreeks in hun authenticiteit, maar maken een omweg via een macht, die zij hoger achten dan henzelf. In de beschreven werksituatie was dat het Beleid zoals dat enkele jaren ervoor was vastgelegd en dat de medewerkers tot nu houvast had geboden bij het nemen van hun beslissingen. Dit houvast, dat tevens het symbool was van hun eensgezinde inzet voor het bedrijf, wilde men niet opgeven. Daarom stelden ze niet de vraag: 'hoe ziet de veranderde situatie er uit, welke problemen vloeien daaruit voort en hoe pakken we die problemen aan? De vraag die ze wel stelde werd: 'hoe houden we ondanks de veranderde omstandigheden het Beleid overeind?' Zich buigend over deze vraag komen er ongetwijfeld onderlinge verschillen van mening aan het licht over de interpretatie van onderdelen van het beleid waarover men misschien op een ogenblik tot overeenstemming komt. Maar de kans is groot dat het daarop gegronde besluit boven de werkelijkheid zweeft, omdat men de feitelijke verandering slechts waarnam via een omweg, namelijk in het licht van het Beleid dat kan verblinden. Gaat men tenslotte alsnog puur naar de feiten kijken dan zal men de, misschien moeizaam bereikte, eensgezindheid niet gemakkelijk loslaten. Daardoor is het wellicht nog moeilijker geworden de realiteit onder ogen te zien. Men zal namelijk geneigd zijn de situatie niet alleen te bezien via de omweg van het Beleid maar bovendien via die van de bereikte overeenstemming en niet van uit zijn authentieke zelf. De gedachtenwisseling over de verslechterde markt en de gevolgen daarvan voor het personeel wordt er zeer door bemoeilijkt. Betrokkenen zullen onderling in hun waarneming van de situatie verschillen maar die blijven op de achtergrond omdat men de eensgezindheid niet in de waagschaal wil of durft te stellen. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat men zich achter het Beleid verschuilt om zijn ware mening te verbergen. De verschillen in waarneming komen zo niet of onvoldoende ter sprake. Maar om een juist beeld van de situatie te verkrijgen zou het overleg juist over die verschillen moeten gaan om vervolgens te spreken over wat de afdeling personeelszaken te doen staat. Al te vaak blijft zo'n gedachtenwisseling achterwege en wordt de omweg een fuik. Een fuik waarin men zich heeft vast gezwommen en men door de steeds verwoeder pogingen verder te zwemmen blind is geworden voor de terugweg. Bij gelovigen in een breder verband kan dat een botsing betekenen tussen religies of levensbeschouwingen. Dan is er ook sprake van een omweg, die in veel gevallen de werking heeft van een fuik. Door de uitzichtloosheid die men ervaart, koestert men het houvast van de eigen ideologie of heilige boeken (b.v. Bijbel of Koran), raakt men verblind en verstart men, en stopt het gesprek. Intussen voelt elk van de partijen zich veilig tussen eveneens verblinde geloofsgenoten.

Deel 3 (ongelovigen) op 27 maart 2006 .
Derde stelling: Als ongelovigen ontmoeten mensen elkaar rechtstreeks .
Als ongelovigen ontmoeten mensen elkaar rechtstreeks in hun authenticiteit. Zij wisselen eigen meningen en ervaringen uit en handelen en spreken van binnen uit, als degene die ze (geworden) zijn, vanuit hun authenticiteit. Zij zullen zich in een conflict niet beroepen op een hogere macht (god, allah, jahweh, ideologie, absolute waarheid, beleid enz.) die mogelijk in concurrentie staat met de hogere macht van de andere partij. De ongelovige is gegrond in die hij zelf is. Daardoor is hij rechtstreeks in zijn contacten met de dingen en de mensen die hem omringen. Door die in hem zelf gegronde directheid heeft hij in beginsel oog voor wat hemzelf beweegt. Op basis daarvan staat de ander duidelijker dan het via een geloof mogelijk is, als 'een mens zoals ik' voor, naast of tegenover hem. Hij is dus niet langer slechts de vertegenwoordiger van die sympathieke of vijandige ideologie. Als de ander daarbij dan ook nog met ongelovige directheid opereert ontstaat er een wederkerige openheid waarin een conflict constructief kan worden benaderd. Die conflicten kunnen zich in verschillende scherpte voordoen. Zeker, de botsing tussen ongelovigen die vanuit de eigen authenticiteit spreken en handelen kan heftig zijn, maar het is een open confrontatie, die ongeacht onderlinge verschillen ook tot een diepgaand onderling begrip kan leiden. Dit in tegenstelling tot een confrontatie of ontmoeting van gelovigen onderling, waar weliswaar een beter begrip kan ontstaan voor elkaars geloof, maar niet noodzakelijkerwijs voor elkaar als de mens die ze zijn. De open ontmoeting van ongelovigen onderling kan wel tot groter onderling begrip leiden en tot een realistischer kijk op de mens die de ander is en die iemand zelf is. De mens leeft temidden van anderen en zijn contacten beperken zich niet tot een enkel mens, zodat hij van meer mensen iets meer gaat begrijpen. Dat kan iemand brengen tot een realistischer kijk op en omgang met de situatie van de mens als een van andere mensen en zijn omgeving afhankelijk sociaal dier.

Vierde stelling: De mens balanceert tussen zijn individualiteit en zijn sociale natuur .
Hiervoor is het al gesteld: de mens leeft zowel in onafhankelijkheid als in afhankelijkheid van zijn medemensen.
Een mens is onmiskenbaar een van andere mensen gescheiden persoon: zijn geluk/ongeluk is niet dat van anderen, die ieder op hun eigen manier gelukkig/ongelukkig zijn. Daar staat tegenover dat de mens even onmiskenbaar een ingebakken sociale natuur heeft, in gemeenschappen samenleeft en van anderen afhankelijk is. Alleen al het gegeven dat iemand de behoefte heeft door anderen te worden herkend en erkend als zelfstandig persoon is een blijk van zijn afhankelijkheid van mensen met wie hij samen leeft. Zo leeft de mens voortdurend in een spanningsveld , balancerend tussen zijn behoefte aan onafhankelijkheid en de noodzaak tot aanvaarding van zijn afhankelijkheid van andere mensen. Dit spanningsveld is de grondsituatie van de mens, waar ook ter wereld en in welke cultuur dan ook.
Waar spanningen zijn sluimeren conflicten, die naar buiten komen als in het spanningsveld de balans is verstoord. Die conflicten zijn dus onlosmakelijk verbonden met de dubbelheid in de ziel van het menselijk wezen: enerzijds gescheiden en onafhankelijk van, anderzijds verbonden met en afhankelijk van andere mensen. De worsteling met dit in de mens ingebakken conflict is van alle tijden en alle culturen en zal nimmer eindigen tenzij zich een onvoorziene evolutionaire wending voordoet.

Erkenning van het in de mens ingebakken conflict behoort tot het realisme van de ongelovige mens. Als individueel persoon en als lid van een gemeenschap behoort het de mens een zorg te zijn met dit spanningsveld zo om te gaan dat er een samenleving kan (blijven) bestaan waarin mensen hun authentieke leven kunnen leiden. Hier ook ligt de oorsprong en de noodzaak van ethiek en ethisch handelen teneinde het conflictueuze karakter van de mens in aanvaardbare banen te leiden. Regels, wetten, heilige boeken enz. kunnen daarbij een bron van inspiratie zijn als zij met constructief ongeloof worden beoordeeld in het licht van het heden. Dat kan en moet soms tot nieuwe wetten en regels leiden. Ongelovig realisme zal zulks niet in de weg staan omdat het de erkenning in zich draagt dat zich omstandigheden kunnen voordoen die het noodzakelijk maken om mensen tegen mensen te beschermen.

Wellicht komt de mens door constructief ongeloof en realisme er toe om niet te strijden over de waarheid van vermeend juiste antwoorden, maar telkens op nieuw terug te keren tot de vragen die verbonden zijn met zijn grondsituatie: de spanning tussen individu en gemeenschap. Want met die vragen worstelen alle mensen, hoe, waar en wanneer dan ook.
Eén geloof houden ze daarbij hopelijk vast: het geloof in ongeloof.

Cornelis H. du Gardijn 2005 (kopjes van Leo H)


Archief